Category Archives: Cultuur

Stad en universiteit, tentoonstelling in het STAM

Op 9 oktober 1817 werd in Gent de universiteit plechtig geopend. Alles begon met 4 faculteiten, 16 professoren en 190 studenten. Ze huisden in leegstaande gebouwen zoals kloosters, abdijen en in het Burgerlijk Hospitaal van de Bijloke. Vandaag is de Universiteit Gent uitgegroeid tot een van de grootste universiteiten in het Nederlandse taalgebied met meer dan 40.000 studenten en 9.000 personeelsleden.

De tentoonstelling in het STAM kijkt terug op de wisselwerking tussen stad en universiteit in de afgelopen tweehonderd jaar en onderzoekt kansen voor de toekomst. Waarom kreeg Gent een universiteit? Waarin verschilt het studentenleven van nu met dat van vroeger? Welke mogelijkheden biedt het rijke en diverse patrimonium van de universiteit? Ook de protesten, betogingen en de strijd om de vernederlandsing komen aan bod.

Na een heerlijke brunch in het STAMcafé genoten wij – in het aangenaam gezelschap van goede vrienden – van deze tentoonstelling. Als oud-student van de UGent (toen nog RUG trouwens) was het een fijne manier om enkele leuke herinneringen op te halen van ons eigen studentenverleden 🙂

Een impressie in enkele beelden.

Een kamer waar je op de muur mag schrijven en een favoriete herinnering op een ouderwetse fiche mag noteren (ik was niet de enige met die Walter Prevenier de meest memorabele prof vond, naast Luc De Grauwe, die ook 🙂 )

Mijn favoriete universiteitsgebouw: de boekentoren, in oude tekeningen en foto’s maar ook opgebouwd uit universiteitstijdschriften en een reuzegrote “maquette”.

Meer info over de praktische modaliteiten lees je op www.stam.be

Dagje Brussel: 2x stripmuseum

Een bezoek aan het stripmuseum in Brussel stond al heel lang op onze must see lijst en deze zomer kwam het er eindelijk van. Na een bezoek aan het koninklijk paleis en het BELvuemuseum in de voormiddag wandelden we na een lekkere lunch richting Zandstraat. Dat het museum gevestigd is in een gebouw van Horta maakte het voor ons sowieso al de moeite waard om er een bezoekje aan te brengen (we zijn namelijk nogal fan van het werk van deze beroemde Belg 😉 )

Al van bij de ingang gaven we onze ogen de kost in deze mooie omgeving. Terwijl Maya vooral de grote stripfiguren leuk vond, genoten wij met volle teugen van de mooie vormgeving.

De algemene tentoonstelling op de eerste verdieping geeft een heel mooi beeld van de geschiedenis en de verschillende aspecten van het beeldverhaal. De afdeling over Astérix en de Galliërs vond ik heel boeiend, de afdeling over de Smurfen was duidelijk Maya haar ding 😉

Ook de oude foto’s die de geschiedenis van het gebouw vertellen vonden we erg interessant.  Na 2 bezoeken in de voormiddag werd het misschien wel een beetje veel om ook nog al deze informatie te verwerken maar het lukte nog net 😉

Aan de overkant van het stripmuseum vind je trouwens nog een interessant gebouw: in het unieke kader van een voormalige krantenredactie biedt het Marc Sleen Museum een overzicht van het werk van deze auteur in regelmatig wisselende tentoonstellingen.

Hoewel Sleens bekendste stripreeks vanzelfsprekend Nero is, komen ook de nevenreeksen als Oktaaf Keunink, De Lustige Kapoentjes en Piet Fluwijn en Bolleke aan bod en worden 3 thema’s uit zijn oeuvre verder uitgewerkt: safari, politieke cartoons en ronde van Frankrijk. Bij mijn grootouders lagen vroeger verschillende exemplaren van Nero en ook enkele van de andere reeksen, het werd dus een klein tripje down memory lane… en ondertussen werkte Maya aan een Neropuzzel die daar lag 🙂

Het bezoek hier is echt kort dus als je toch naar het stripmuseum komt, koop dan gewoon meteen een combiticketje 😉
Misschien konden we je inspirerend voor een uitje richting hoofdstad? Wij vonden het alvast de moeite waard!

Dagje Brussel: bezoek koninklijk paleis en BELvue museum

Geïnspireerd door een Facebookbericht van V. besloten wij deze zomer ook eens een bezoekje te brengen aan het Koninklijk Paleis in Brussel. Jaarlijks opent het paleis tijdens de zomermaanden (een deel van) haar deuren voor het grote publiek. Je krijgt dan gratis toegang tot de zalen. Wij besloten er een dagje Brussel van te maken en spoorden met de trein naar de hoofdstad.

Samen met vooral buitenlandse toeristen wachtten we in het zonnetje tot het hekken open ging en we, na een screening van onze tassen en jassen, het parcours doorheen het gebouw mochten volgen. De zalen stralen beslist ‘grandeur’ uit maar toch waren ze meestal erg stijlvol en doorgaans niet al te overdadig (al blijven de luchters uiteraard enorm en zou ik die niet graag poetsen).

Eén van de eyecatchers is zeker de Spiegelzaal met de ‘Heaven of Delight’ van Jan Fabre. Het plafond en de centrale luchter werden er door de kunstenaar met kevers bekleed. Bijzonder is het in elk geval.

Ik schat dat we na ongeveer anderhalf uur terug buiten waren. Je schuifelt eigenlijk best gewoon mee met de flow en die flow bepaalt grotendeels het tempo (al kan je daar wel van afwijken als je wil).

Bij het verlaten van het paleis gingen we naar links en zagen een beetje verder een uitnodigend bord staan voor het BELvuemuseum. We kenden het museum niet maar aangezien we ruim voor lunchtijd terug buiten waren uit het paleis besloten we dat een extra bezoekje geen kwaad kon 😉

Het museum is gehuisvest in een bijzonder knap pand en is een “Museum over België en zijn geschiedenis en centrum voor democratie”. In de verschillende zalen wordt de geschiedenis van België en de ontwikkeling van de democratie op een leuke en sterk educatieve manier uit de doeken gedaan. (Dit is beslist een aanrader voor een schoolbezoek als je het mij vraagt).

Heel leuk was ook de tijdlijn doorheen het gebouw met voorwerpen die allemaal een duidelijke link met België hebben. Zo wist ik bv helemaal niet dat Atomaschriftjes een Belgisch product zijn, van de krokettenpers (waarvan vroeger in elk huisgezin een exemplaar terug te vinden was) wist ik dat dan weer wel 🙂

Nog een leuke vaststelling: het museum heeft een hele fijne plek om te eten: een hoge, in glas overdekte en afgesloten ruimte en een aangename binnentuin. Je kan er kiezen uit een buffet van origineel belegde broodjes, weckpotgerechtjes, salads in a jar, quiche, … allemaal erg lekker. (Je kan er dacht ik ook gaan lunchen zonder dat je een bezoek aan het museum moet betalen). In de souvenirshop kan je ook fijne spulletjes kopen waaronder erg leuke en helemaal niet zo dure prentkaarten.

Wij vonden dit alvast een geslaagde uitstap die jullie misschien ook kan inspireren 🙂

 

 

Izegem, Eperon d’Or

Op Open Monumentendag trokken wij van Waregem naar Izegem voor een bezoekje aan de schoenen- en borstelfabriek Eperon d’Or en ‘en passant’ pikten we nog even de oude elektriciteitscentrale ernaast ook mee.

Eperon d’Or biedt een overzicht van 140 jaar schoenmode (ruwweg afgebakend van 1830 tot 1970) aan de hand van de Izegemse nijverheid. Het museum vertelt het verhaal van de opkomst, de evolutie en de neergang van deze nijverheidstak in de Pekkersstad.

In de borstelafdeling kun je topstukken van Izegems fabricaat  bewonderen uit de periode tussen 1870 en 1950. In die jaren werden er heel wat echte kunstwerkjes gemaakt, dikwijls met de meest exotische materialen.

In de voormalige fabriekshal staan nog diverse oude machines en attributen.

Het oude gebouw kreeg naar mijn mening best een mooie facelift.

En van het ene bedrijfsgebouw trokken we naar het andere.

Wist je dat de grootst bewaarde stoommachine van het land in Izegem staat? Je ontdekt het verhaal in het museum Stoom en stroom, naast de site van Eperon d’Or.
Op het eind van de 19de eeuw liet het stadsbestuur een eigen centrale bouwen om Izegem te kunnen voorzien van stroom. De toenmalige prins Albert kwam de centrale persoonlijk inhuldigen in 1901. De eerste jaren verliepen moeizaam (enkel de rijke families konden zich immers in die periode stroom veroorloven). De installatie werd echter gestaag uitgebouwd en in 1936 kwam de kolos van 110 ton erbij die je vandaag de dag nog steeds kan bewonderen. (De andere machines werden helaas als oud ijzer verkocht.)

Alle praktische info over beide musea lees je op hun website.

Villa Gaverzicht – Waregem

Op Open Monumentendag dit jaar trokken wij richting West-Vlaanderen. Onze eerste stop van de dag was Villa Gaverzicht in Waregem, een private woning, gebouwd door architect Gentiel Van Eeckhoute, eind jaren ’30 van vorige eeuw. Het werd een unieke art deco villa en meteen één van de meest opvallende én meest luxueuze huizen van zijn tijd met een eigen badkamer en centrale verwarming., iets wat in de jaren 1940 in minder van 10% van de Vlaamse huizen aanwezig was.

Het gebouw werd enige tijd geleden verkocht en de nieuwe eigenaar heeft het met de nodige zorg in zijn oude glorie hersteld. Een unieke kans dus om dit gebouw eens met een bezoekje te vereren en we waren duidelijk niet de enigen die er zo over dachten want het was er op de koppen lopen (waardoor het ook moeilijk was om foto’s te nemen wegens amper plaats binnen om veel te bewegen of lang te blijven staan).

Villa Gaverzicht is een typevoorbeeld van modernistische interbellumarchitectuur. De woning bestaat uit verschillende gekleurde volumes die als blokken in elkaar passen. De basiskleuren zijn oker en aardekleuren, typisch voor het modernisme, blauw, groen, zwart en wit moeten ervoor  zorgen dat het geheel niet zwaar over komt. Nieuw is ook het gebruik van gewapend beton waardoor grote glaspartijen mogelijk worden. Met halfronde erkers, metalen relingen op het dak en ronde ramen past deze woning in de zogenaamde pakketbootstijl.

Binnen is er een duidelijk onderscheid tussen de dienstruimtes (beneden, half ondergronds) en de woonvertrekken. Deze laatste zijn meestal heel decoratief afgewerkt en ingericht met meubilair dat door de architect zelf ontworpen was.

Eén van de blikvangers is de volledig in oorspronkelijke staat herstelde badkamer. Deze ruimte, inclusief het plafond, is volledig bekleed met groenachtig marbrietglas.
Bijzonder weetje: deze badkamer deed ooit dienst als decor voor de LP ‘Jonge Helden’ van Arbeid Adelt (met Marcel Vanthilt).

Het bureau met een kleurrijk glas-in-lood-raam en verschillende op maat gemaakte kasten, de inkomhal en de ontvangstruimtes werden ook allemaal ontworpen door Van Eeckhoute zelf. Toch wel erg knap!

Een extra speciale ‘verborgen parel’ bevindt zich op het dak, maar moet in de komende jaren nog hersteld worden, een ‘zwembad’! De met water gevulde uitsparing op het dak moest als tegengewicht dienen voor de betonnen luifel boven het terras. Doordat deze luifel niet op zware pijlers steunt, bestaat immers het risico op verzakking. Toch wel een gewaagd ontwerp voor die tijd!

Meer over deze getalenteerde architect lees je op de inventaris van onroerend erfgoed.

 

Gentse feesten deel 7

Deze middag – nee toch – terug naar de feesten. Om 13u op het Luisterplein nog eens gekeken naar Pelele met vrienden die de voorstelling nog niet zagen en ondertussen een lekkere vers belegde boterham gegeten (aanrader).
Daarna richting Botermarkt om zeker op tijd te zijn voor de voorstelling “Mr. Bakari” van Cie du Fil à Couper l’Eau chaude (what’s in a name). In een extra smalle, kleine woonwagen wordt je als gast netjes op elkaar geperst (de kleinste vooraan op een bankje, de grootste staand achteraan). Je krijgt er een verhaaltje gepresenteerd over ene Mr. Bakari, leuk, grappig en verrassend 🙂

Daarna ging het richting Kalandeberg met ons gezelschap voor les 3 cochons. Omdat ik deze voorstelling gisteren ook al had gezien, trok ik zelf even richting Werregarenstraatje voor de voorstelling Ai Xico Cica van Sofia Pimentao-Xu. Deze voorstelling startte met vertraging, kwam langzaam op gang en kon mij niet echt boeien waardoor ik afhaakte en terug naar de vrienden ging.

In Caffè Rosario maakte we een gesmaakte koffiestop, net op tijd trouwens want plots gingen de hemelsluizen nogal fel open. Eens de regen grotendeels voorbij, waagde ik met Max Van Hemel nog 440 trappen hoog op de toren van de Sint-Baafskathedraal, enkel tijdens deze feesten opnieuw te bezoeken na jaren gesloten te zijn voor herstellingswerken. Wie graag ook eens kijkje neemt, kan er morgen nog terecht tussen 10u en 17u.

Gentse feesten deel 6

Na eerst nog enkele uren onkruid te hebben gewied (dat stopt helaas niet met groeien) trokken we na de middag opnieuw richting Gent centrum voor een verse portie straattheater.
De namiddag verliep niet echt zoals gepland: de eerste acts onder het Belfort waren slechts voor beperkt publiek en dus liepen de wachttijden algauw hoog op (en daar hadden we niet echt zin in dus besloten we dit te laten voor wat het was en verder te trekken). Op the green bleek de programmatie niet te kloppen: het boekje vermeldde een act om 15u maar er bleek een misverstand/drukfout en om 15u10 kregen we te horen dat de voorstelling pas om 15.45u zou doorgaan (terwijl ze dat gerust al een kwartier vroeger hadden kunnen zeggen aan de aanwezige wachtenden). Wij nog snel even naar de Botermarkt, waar de voorstelling van 15u uiteraard al was begonnen. We zagen veel volk een een dame die iets in het rad Frans aan het vertellen was maar telkens ze haar hoofd draaide konden we amper nog iets horen en de verhaallijn kregen we ook niet echt meer mee. Ook dat is Gentse feesten zullen we maar zeggen. Uiteindelijk dan toch maar terug gewandeld naar the green en daar gewacht tot 15u45.

De voorstelling “au bout du fil” van Pelele (Fr.) is beslist de moeite waard om te zien. Grappig en technisch echt wel sterk: marionetten met heel veel touwtjes om aan te trekken (en dus in de knoop te geraken) en handige poppenspelers (-sters eigenlijk) die daarnaast zelf ook nog eens figureerden als personage in de voorstelling en bovendien meermaals van rol en outfit wisselden. Heel knap! Speelt nog zaterdag en zondag trouwens.

Een beetje stram na 40 minuten op de grond te hebben gezeten, gingen we zo snel we konden terug richting Botermarkt om nog een tweede voorstelling mee te pikken: 3 Petits Cochonsvan Théâtre Magnetic (Be), een voorstelling die speciaal voor de Gentse feesten door de artiest naar het Nederlands werd omgezet en ingestudeerd (chic!).
Zoals de titel het zegt, gaat deze voorstelling over de drie biggetjes maar dan wel een hilarische hertaling ervan 🙂

Ik stond niet ideaal om veel foto’s te maken maar aangezien de voorstelling zo leuk was, ga ik met plezier morgen in ander gezelschap nog eens kijken en probeer dan betere beelden te schieten.

Resultaat van de dag: uiteindelijk 2 mooie voorstellingen gezien en de rest? Dat zien we morgen wel weer 🙂


 

Gentse feesten deel 5

Na een rustdag (er moeten immers ook nog wel wat andere dingen gebeuren tijdens een vakantieweekje) trokken we deze namiddag toch nog voor een paar uurtjes richting centrum.
We pikten nog een voorstelling van Puppetbuskers mee: S.A. Marionetas uit Portugal met  ”etc.”, een reeks van kleine verhaaltjes over mensen en katten.

Al kuierend door de stad gingen we in de Kammerstraat een kijkje nemen bij Freetime. In de OASE kunnen ouders met jonge kinderen tussen 14.00u en 20.00u even tot rust komen op een heel gezellige plek.

Daarna trokken we nog even naar Baudelopark om de artiesten van de Circusplaneet aan het werk te zien.

Een kort intermezzo dus op de feesten maar we komen later deze week sowieso terug voor nog meer Puppetbuskers 🙂

Gentse feesten deel 4

Niets te doen na het weekend? Niets is minder waar. Na een voormiddag huishoudelijke taken (want die moeten ook gebeuren) trokken we andermaal richting Gent centrum, meer bepaald terug naar de Machariuswijk voor nog een namiddag straattheater met Miramiro. Op het Spaans Kasteelplein pikten we vier voorstellingen mee.
Als eerste Les Achilles van Groupe Tango Sumo, drie mannen die met hun lichaam al dansend in dialoog gaan met elkaar.
De voorbije jaren zagen we al enkele voorstellingen in deze stijl. Ik vind ze wel OK maar word er meestal niet echt door geraakt. Mooi maar zonder veel meer voor mij.

Als tweede 3D van cie H.M.G., twee mannen die hun ding brengen met geluid en een boogvormig ‘instrument’ waarmee de grenzen van het speelterrein worden afgetast. Bij momenten grappig en verrassend maar misschien een tikje te lang (al kan dat het ook aan de hitte van de zon gelegen hebben die toen wel stevig aan het branden was?)

We pauzeerden nog even met een hapje en een drankje in het Coyendanspark (ofte koeiendanspark zoals ik één van de kindjes gisteren nog hoorde zeggen) waar ook van alles te beleven valt.

Derde voorstelling: Fisura van Murmuyo, één van de twee Chileense clowns die enkele jaren geleden nog het verkeer kwamen regelen op de Sint-Jorisbrug tijdens de feesten. Hier geen hoogstaande kunsten, maar puur interactief straatentertainment met een artiest die een paar basisacts heeft en voor de rest ongelooflijk inspeelt op en speelt met het aanwezige publiek. Zo goed als woordeloos (het kazou-achtige dingetje in zijn mond waarmee hij communiceerde buiten beschouwing gelaten) maar met zoveel mimiek, gebaren en theatraliteit dat iedereen kan volgen. Er werd ongelooflijk veel gelachen, ideaal voor een ontspannend feelgoodmoment met de hele familie.

Laatste voorstelling van de dag: Sabordage van La Mondiale Générale die we vorig jaar ook zagen. De voorstelling van vorig jaar was al knap, die van dit jaar – met 4 in plaats van 2 artiesten – werd nog boeiender. Meer humor, meer afwisseling en naast de prachtige evenwichtskunsten op de houten balken ook een hilarische act met een reuzehoepel.
Voorwaar een aanrader en wat mij betreft beslist de knapste voorstelling van de dag.

Hoepelen krijgt een nieuwe dimensie:

en nog een uitsmijtertje om af te sluiten:

 

Gentse feesten deel 3

Ja voor de derde dag op rij naar de feesten maar aan een lager tempo dan de voorbije jaren, we zullen zeker niet alle voorstellingen van het straattheater op onze teller staan hebben maar het geeft niet 🙂
Op zondagmiddag stond er voorwaar een klassiek concert van die Verdammte Spielerei in de Sint-Baafskathedraal op het programma. Die Verdammte Spielerei dat is normaal gezien vijf mannen in een wit marcelleke die als minifanfare voor plezier zorgen op publieke feestjes. Voor deze editie hadden ze er wat van hun vrienden (moaten dus) bij gevraagd en een zwart marcelleke aangetrokken 🙂
We kwamen ruim op tijd maar de kathedraal (en daar kan toch wel wat volk binnen) zat ruim voor het aanvangsuur eivol en dus begon het concert gewoon 10 minuten vroeger! Het werd een uurtje luisteren naar klassieke en iets luchtiger muziek waarbij de blazers meestal de hoofdrol speelden. Het concert werd afgesloten met een mooie versie van ‘de fanfare van honger en dorst’, wondermooi qua klank in deze setting.

Ons gezelschap splitste zich op en vertrok verschillende richtingen uit in het feestgedruis. Wij flaneerden nog even door de stad en trokken tijdig richting Augustijnenklooster voor de Puppetbuskersvoorstelling Millefeuilles van het Franse compagnie Areski. Een bijzonder mooie voorstelling waarbij uitgeknipte figuurtjes uit papier de hoofdrol spelen. Een voorstelling waar we vriendelijk werden verzocht onze tassen buiten te laten maar onze GSM mee te nemen. Door zelf de papieren installaties met een lampje te belichten ontstaan schaduwen en dus ook beweging.

Tijdens onze wandeling langs de kunstwerkjes in de (semi)duisternis werden we vier keer bij elkaar geroepen om naar een klein optreden te kijken waarbij boekjes met figuurtjes worden open en dicht geklapt.

In de vooravond gingen we even naar huis om nog een hapje te eten en een extra truitje uit de kast te halen. Deze avond immers vuurwerk op de planning. Ook al jaren een klassieker waarbij we met een aantal vrienden ruim op voorhand afspreken om een goed zicht te hebben op het spektakel. Om de tijd te vullen, zorgen we zelf altijd voor wat drank en hapjes. Terwijl de volwassenen de tijd vol praten, houden de kinderen zich meestal bezig met een spelletje (of ook met wat praten).
Geen idee hoe het komt, maar dit jaar was er beduidend minder volk aanwezig voor het vuurwerk. Zouden nog veel mensen denken dat het vuurwerk op 21 juli doorgaat? Dat is toch al enkele jaren gewijzigd maar de voorbije edities lag 21 juli wel dichter in de buurt en misschien hadden velen het nog niet helemaal door dat het vuurwerk nu telkens de eerste zondag van de feesten wordt afgestoken. We hadden in elk geval ruimte zat en het was absoluut niet nodig om er een uurtje op voorhand te zijn maar op zich vonden we dat niet erg want altijd onderwerpen genoeg om bij te praten 🙂

Zoals meestal was het spektakel weer de moeite. De muziek van Kenji Minogue is niet meteen mijn ding maar het moet gezegd, de vuurwerkmakers wisten er wel raad mee om hun spektakel te laten aansluiten bij het muzikaal geweld. Want geweld, dat was het toch wel, zowel voor de oren als voor het hartritme (man die bas stond hard). Een beetje minder zou echt wel mogen en misschien moet de organisatie/de stad toch wat meer aandacht hebben hiervoor en mensen waarschuwen voor mogelijke gehoorschade en aansporen om hun oren te beschermen en ook oordopjes uitdelen zoals ze al bij veel festivals (en ook tijdens de feesten op het Laurentplein) doen.
Wie het gemist heeft, kan hier nog enkele fragmentjes afspelen:

En eens dat voorbij, was het meer dan tijd om onze fietsen op te halen en naar huis te rijden 🙂