Tag Archives: gedichtendag

Gedichtendag 2016

In 2015 en 2014 schreef ik ook een stukje naar aanleiding van Gedichtendag. Dit jaar overviel het mij precies een beetje maar ‘s ochtends op de trein tussen Gent en Brugge kon ik alvast genieten van enkele stukjes poëzie in de Metro. Toch wel fijn dat er meerdere gedichten in het gratis krantje stonden, ze hadden er zich gemakkelijk met een klein artikeltje of één tekstje van af kunnen maken.

Terugdenkend aan de jaren voordracht die ik lang geleden volgde, stelde ik vast dat wij toen best veel gedichten van Paul Van Ostaijen ‘onder handen namen’. Ik vond zijn gedichten toen wel ‘bijzonder’ en was vooral geïntrigeerd door zijn spel met de typografie, want hij kon als de beste (zoals o.a. in Bezette Stad).

PaulVO                          PaulVO2

Iedereen kent ongetwijfeld zijn Marc groet ‘s morgens de dingen maar ook het Huldegedicht aan Singer kan wel op enige bekendheid rekenen.

Zelf vond ik Zeer kleine speeldoos wel een fijn stukje poëzie als tiener of zijn
Berceuse Nr. 2 

Slaap als een reus 
slaap als een roos
slaap als een reus van een roos
reuzeke
rozeke
zoetekoeksdozeke
doe de deur dicht van de doos
Ik slaap
En als Gentenaar moet ik natuurlijk ook onderstaande tekst nog even citeren, dagelijks te bewonderen aan de verlaagde kaaien van de Graslei en de Korenlei
images

Gedichtendag 2015

Naar aanleiding van de Gedichtendag werden opnieuw prijzen uitgereikt en was er plots weer even poëzie op de radio te horen. Alhoewel ik in een ver verleden nog een dikke tien jaar academie voor woord heb gevolgd, waarvan 7 jaar voordracht, en ik toen menig gedicht gelezen heb, is dat allemaal lang geleden. Sedertdien heb ik eigenlijk niet echt meer poëzie gelezen.
Naar aanleiding van gedichtendag (morgen) groef ik nog eens in mijn geheugen en onderstaand gedicht was het eerste dat terug aan de oppervlakte kwamen piepen.

Rutger Kopland – Onder de appelboom

Ik kwam thuis, het was
een uur of acht en zeldzaam 
zacht voor de tijd van het jaar.
De tuinbank stond klaar 
onder de appelboom.

ik ging zitten en ik zat
te kijken hoe de buurman 
in zijn tuin nog aan het spitten
was, de nacht kwam uit de aarde
een blauwer wordend licht hing
in de appelboom

toen werd het langzaam weer te mooi
om waar te zijn, de dingen
van de dag verdwenen voor de geur
van hooi, er lag weer speelgoed 
in het gras en verweg in het huis
lachten de kinderen in het bad
tot waar ik zat, tot
onder de appelboom

en later hoorde ik vleugels
van ganzen in de hemel
hoorde ik hoe stil en leeg
het aan het worden was

gelukkig kwam er iemand naast mij
zitten, om precies te zijn jij 
was het die naast mij kwam
onder de appelboom, zeldzaam 
zacht en dichtbij
voor onze leeftijd.

Uit: Onder het vee, 1966.
parkbank-onder-boom-35983481