Dinard

Deze zomer trokken we richting Bretagne en een aantal van onze bezoekjes kregen nog geen verslag op mijn blog. Bij deze een inhaalbeweging, voor de archieven.

Kleiner en minder bekend (bij ons) dan Saint-Malo of de Mont Saint-Michel, maar daarom niet minder leuk om een bezoekje te brengen. En zo trokken we ook eens richting Dinard. Het was opnieuw niet de beste dag qua weer (eerder bewolkt en winderig), maar op zich was dat niet echt een bezwaar om nog eens richting kust te trekken. Het was niet dat we plannen hadden om te gaan pootjebaden, laat staan zwemmen 😉

Wat ons het meeste aantrok, was de aanwezigheid van Belle Epoque-architectuur. Dinard werd in de 19e eeuw hét trefpunt voor aristocraten en welgestelde families die de genezende kracht van zeewater ontdekten. Het fenomeen van zeebaden – toen gezien als een gezonde en modieuze bezigheid – trok rijke Britten en Parijzenaars naar de Bretoense kust. Dit leidde tot de bouw van luxueuze villa’s, elegante hotels en de eerste badinfrastructuur.
Tijdens de Belle Époque bloeide Dinard op als een mondaine badplaats. Wat begon als een exclusieve bestemming voor de elite, evolueerde in de 20e eeuw tot een populaire vakantiebestemming voor een breder publiek.

Tot vandaag blijft Dinard die nostalgische charme behouden, met tradities zoals de blauw-wit gestreepte cabines en een jaarlijkse Britse filmfestival. Je vindt er ook nog verschillende mooie villa’s. De retro tentjes prijken op heel wat kaartjes en affiches, en uiteraard wou ik ze ook graag op foto vastleggen.

We deden een stukje van een wandeling langs de kust, maar besloten toch op onze stappen terug te keren. De combinatie van een pad zonder reling vlak naast gladde rotsten en opspattend zeewater is niet ideaal wanneer een deel van het wandelgezelschap teveel schrik heeft om te genieten.

Een wandeling in het stadje zelf maakte dat we wel allemaal konden genieten van de omgeving, de natuur en de mooie architectuur (en een bijzonder chic hotel met een prachtige, publiek toegankelijke uitkijkplek over de baai). Je kan trouwens Saint-Malo zien liggen aan de andere kant van het water.

Voor een koffie en een Bretonse crêpe gingen we wel naar een een ander, iets minder prijzig, etablissement. Ik koos op het gevoel en het bleek de oudste crêperie van de stad te zijn.

Naarmate de dag vorderde, verscheen er terug blauw in de lucht en kwam het zonnetje opnieuw te voorschijn. We gingen nog even verder op verkenning en ontdekten nog meer mooie huizen en hotels, een casino en leuke winkeltjes.

Enkele infoborden maakten ons er op attent dat ook menig schilder deze plek wel kon bekoren. En we kunnen ze geen ongelijk geven. Dinard is voorwaar een fijne stad om eens te bezoeken 🙂

2 reacties op “Dinard

Een reactie achterlaten

Je e-mailadres zal niet getoond worden. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *