Zo nu en dan komt er al eens een extra pot confituur onze richting uit. Mijn vader maakt dat namelijk graag, maar krijgt de gemaakte porties niet in zijn eentje op. Wij eten dat echter niet zo vaak en dus ga ik al eens op zoek naar een recept waarin ik die – op zich lekkere, homemade jam, kan verwerken. En zo kwam ik toevallig op een receptje van Emty the fridge, waar ik op mijn eigen manier mee aan de slag ging. Voor het origineel verwijs ik door, hieronder lees je hoe ik ermee aan de slag ging.
Ingrediënten
1 ei
100 g boter
1 zakje vanillesuiker; een half zakje overhouden vind ik sowieso ‘gedoe’ en ik gebruik doorgaans minder van de aanbevolen hoeveelheid andere suiker dus dat compenseert ruimschoots 😉
80 g suiker
200 g zelfrijzende bloem
confituur naar keuze (ongeveer een halve pot, of 175 g schrijft het originele recept. Ik heb het niet afgewogen, maar gewoon een royale portie op het deeg geschept en open gesmeerd)
Werkwijze
Bekleed de bodem van een springvorm (ca 24 cm, die van mij was iets kleiner) met bakpapier (ik zou gerust ook een silicone bakvorm durven gebruiken, het bakpapier vond ik nu wel extra handig om nadien het gebak in een ronde bewaardoos te steken voor transport en ze er ook vlotjes weer uit te kunnen halen)
mix de boter met de (vanille)suiker tot deze zacht en romig is > in mijn versie: smelt de boter lichtjes in de microgolf en gebruik een handklopper om er de suiker onder te mengen (in diezelfde kom, daarna ook de rest, dus kies meteen een kom die groot genoeg is dat bespaart je weer afwas)
voeg het ei toe aan het mengsel en vervolgens de bloem tot je een goed gemengd, maar licht kruimelig deeg bekomt (volgens het recept beetje bij beetje, maar ik gebruik ‘vloeiende’ bloem en durf dat wel in één keer bij het mengsel te gieten; ik heb graag dat het een beetje vooruit gaat)
verdeel 2/3 van het deeg over de bodem van de springvorm en duw het goed aan. De bodem moet overal ongeveer dezelfde dikte hebben.
bestrijk de bodem rijkelijk met de confituur
verkruimel de rest van het deeg boven de taart en druk de kruimels lichtjes aan
bak de taart gedurende 45 à 50 minuten in een voorverwarmde oven van 200°C (doorgaans zet ik mijn baktijd 10 min minder en laat de taart nog een kwartier in de oven staan, lukt even goed en spaart energie)
laat de crostata in de vorm afkoelen en verwijder dan pas de vorm, bestuif eventueel nog met poedersuiker
Een heel eenvoudig taartje dat doorgaans in de smaak valt.
Maya polste even bij haar Italiaanse vriendin en vernam dat ook daar dit taartje vaak gemaakt wordt om een teveel aan confituur te verwerken 😉
Dat ik nog steeds achterloop met schrijven, maar dat ik ook in de tweede helft van het jaar maandoverzichtjes wil blijven maken.
Dat we de maand gestart zijn in la douce, maar dat ik daar nog alles van moet verwerken in blogpostjes. Dat ik tijdens die vakantie nog een boek van Kate Mosse las. Het was niet slecht maar ander werk van haar vond ik beter.
Dat we een heel groot deel van de maand in hittegolfmodus geleefd hebben en ik dagelijks (eigenlijk al van medio juni) om 5.15u mijn wekker zette om maximaal te kunnen luchten en afkoelen in huis. Dat we bijgevolg ook veel variaties op koude schotel aten. Het kookvocht van aardappelen, eieren of boontjes wordt zorgvuldig opgevangen ipv weggegoten voor de planten buiten. Regenwater wordt immers dag na dag schaarser.
Dat de geraniums op ons terras al aan hun tweede maand van uitbundige bloei bezig waren en op dat moment nog niet van ophouden wisten. Ook de agapanthus en de oleander waren in hun nopjes met het hoogzomerweer.
Dat we op een zomerse dag ook eens een langere fietstocht deden met ons drie en samen naar Machelen-aan-de-Leie reden en terug (zonder elektrische ondersteuning).
Dat we in de ene, iets koelere en grijzere week niet naar de Gentse Feesten gingen, maar vooral heel veel kasten grondig opgeruimd hebben. Verbazend hoe snel je toch weer spullen in huis hebt staan die je niet meer nodig hebt of die een grondige screening kunnen gebruiken. En stof dat je tegenkomt (kwamen die homemade mondmaskers uit de coronatijd toch nog eens van pas)! Voordeel is wel dat je zo weer veel beter weet wat je staan hebt en waar het staat of ligt 😉 En dat we die week dan ook eens een taartje gebakken hebben (waarvan ik het recept hier beter eens zou posten al was het maar voor mijn eigen gemak).
Dat er eentje startte met stage in de dierenkliniek in Merelbeke en dat best pittig was zo nu en dan, maar wel heel fijn (nu wordt het steeds ‘echter’). En dat wij hier nog steeds graag samen avondwandelingskes doen al was het maar omdat een mens dan al eens een kat of een hond tegenkomt en er nu uitgebreider tijd is om die beestjes aandacht te geven 😉
Dat we met goede vrienden gingen brunchen op een leuke plek in Gent en weer gezellig hebben bijgepraat.
Dat we bij andere goede vrienden een dagje op bezoek gingen in Oostduinkerke (op een zeldzame grijze zomerdag) en daar een zalig museum bezochten (waarover ik ook nog een apart postje wil schrijven).
Juli was voorbij voor ik het wist en daar stond een even warme augustusmaand aan de deur de trappelen, maar dat is voer voor een volgend maandoverzichtje (ergens in september) 🙂
Je hoeft niet altijd ver te reizen om fijne daguitstap te beleven. In het Henegouwse Beloeil combineerden we twee totaal verschillende bezoeken: het Kasteel van Beloeil en de Archéosite van Aubechies-Beloeil.
Eerst naar het “Versailles van België”, want zo wordt het kasteeldomein in de kijker gezet. Wij hadden dus wel een zekere verwachting, de Franse kastelen, inclusief dat van Versailles, zijn ons immers niet onbekend 😉
Op zondagmorgen was lag het statige kasteel er heel rustig bij. De buitenkant is eerder sober te noemen. Ergens had ik toch wat vergulde punten aan de omheining verwacht of een krullerige toegangspoort, maar die zijn er niet. Wel water en veel bomen en groen in de directe omgeving.
We worden vriendelijk ontvangen aan het onthaal en krijgen een woordje uitleg over de te volgen route (ik zie intussen heel prominent aangeduid staan dat het absoluut verboden is om foto’s te maken). We lopen de statige trappen op om eerst de bovenverdieping te verkennen. Dit lijkt eerlijk gezegd nogal tegen te vallen. Overal zien we sporen van schade en verval: stoelen en zetels waarvan de stoffering hersteld is, hebben nog steeds een beschadigd houten frame; sommige tapijten vertonen meer dat wat gewone slijtage, ze hebben scheuren of zelfs gaten; gordijnen zijn van kleur verschoten, ramen aan het rotten, … De benedenverdieping is gelukkig iets beter. De bibliotheek is mooi en best nog indrukwekkend, enkele andere kamers zijn rijkelijk versierd, maar zelfs daar hebben zowat alle meubelstukken nood aan restauratie. Ik begin mij stiekem af te vragen of het daarom is dat fotograferen er zo uitdrukkelijk verboden is…
Op naar de tuin dan maar? Ook hier helaas beetje het zelfde verhaal. Het potentieel is er zeker aanwezig: veel groen en vijvers, mooie zichtassen, maar dan stopt het ook wel. Aan een vijver vlakbij het kasteel is de laatste trap van de aanlegsteiger gebroken en half in het water gezakt, nergens is er bloemperk te bespeuren, behalve netjes gemaaide grasvelden valt er hier weinig te merken van degelijk parkbeheer of tuinonderhoud… We wandelen even rond en genieten van het zonnetje, maar veel valt er verder niet echt te beleven.
In het park worden wel evenementen georganiseerd, deze zomer loopt er eentje in het thema junglebook, inclusief een glamping en mogelijkheden tot catering en extra animatie. In de stilte van de voormiddag (het evenement start pas in de vooravond) zag dat er nog het leukste uit om mee te maken.
Toch een beetje pijnlijk om dit dan het Versailles van België te noemen. Het moet ooit een prachtig domein geweest zijn en het potentieel is er nog steeds, maar dan zijn er toch dringend investeringen nodig om te vermijden dat ze daar binnenkort de deuren kunnen sluiten.
Gelukkig hebben we nog een tweede bezoek op onze planning staan die dag. Sneller dan verwacht rijden we dan ook enkele kilometers verder naar de Archéosite van Aubechies (deelgemeente van Beloeil), “het grootste archeologisch reconstructiepark van België”. Hopelijk worden onze verwachtingen deze keer wel ingelost…
Doordat ons bezoek aan het kasteel korter was dan voorzien en het lokale restaurant waar we dachten te lunchen net dit weekend de deuren sloot wegens verlof, waren we eigenlijk te vroeg aan de archeosite. De openingsuren van deze plek zijn immers wat ‘verrassend’: open tijdens de week, maar gesloten op zaterdag en op zondag pas open vanaf 14u. We bleken echter geluk te hebben, want blijkbaar gingen ze die dag toch open 12u (maar dat stond eigenlijk nergens gecommuniceerd). De zeer vriendelijke onthaalbediende die ons absoluut in zijn beste Nederlands te woord wou staan, bleef maar zeggen dat we eerst online een reservatie moesten maken voor we binnen konden komen. Wij begrepen er niets van want online vonden we enkel een reservatie voor een gegidste rondleiding (die we niet gingen volgen) en verder lazen dat de toegang gratis was op de eerste zondag van de maand. Na nog maar eens alles rustig in het Nederlands te herhalen (ik denk nochtans niet dat we zo slecht Frans spraken) geraakten we dan toch binnen en waren we klaar om verder in het verleden te duiken 😉
Wat deze plek bijzonder maakt, is dat de geschiedenis er weer tot leven komt. Hier ontdek je hoe mensen leefden van het neolithicum tot de Gallo-Romeinse periode. Je wandelt niet langs vitrines, maar door nagebouwde huizen, werkplaatsen en zelfs een Romeinse villa met tuin, een begraafplaats, een oude vrachtboot… Alles werd gereconstrueerd op basis van archeologische opgravingen.
Elke bezoeker, jong en oud, kan zich hier gemakkelijk voorstellen hoe het leven er duizenden jaren geleden moet uitgezien hebben. Hoe werd brood gebakken? Hoe maakten mensen werktuigen? Waar sliepen ze? De reconstructies maken het verleden tastbaar en beter te begrijpen. Tijdens demonstraties van oude ambachten zie je hoe pottenbakkers, smeden of wevers vroeger aan het werk gingen. Wie wil, kan via QR-codes extra informatie te krijgen.
In een klein museum met vijf kamers vind je heel wat informatie en archeologische vondsten over oude culten en geloofsovertuigingen. Je leest er het verhaal over het polytheïsme – van de Keltische heiligdommen tot de Gallo-Romeinse tempels – in Noord-Gallië tot de invoering van het christendom.
Op het terrein staat een taberna waar je iets klein kan eten of iets drinken aan een tafel onder een luifel of in open lucht, eigen picknick is ook toegelaten. Er is een ook een kleine speeltuin, dicht bij de ingang en voor de kleintjes is er ook een zoekkaart om mee te nemen tijdens de verkenning van de site.
Wil je je nog meer onderdompelen in het verleden, dan moet je op 15 of 16 augustus een bezoekje brengen want dan organiseren ze daar een volledig ervaringsweekend
Slotsom: na een eerder flauwe start werd het toch een fijne dag.