Categorie archieven: Reizen

Mont Saint-Michel

Een bezoek aan de Mont Saint-Michel kon uiteraard niet ontbreken tijdens onze vakantie. Ik was er ooit al eens lang geleden, en Maya deed er in het middelbaar een blitzbezoekje (maar herinnerde zich vooral de drukte). Het is na Parijs zowat de meest bezochte plek in Frankrijk, het eeuwenoude bedevaartsoord op een rotsige punt in het water is niet voor niets sinds 1979 Unesco-werelderfgoed.

De Mont Saint-Michel is gebouwd op een rotsachtig eilandje. Door de eeuwen heen kwamen er verschillende gebouwen bij: de pre-romaanse kerk, de abdijkerk uit de 11e en 15e eeuw, en de romaanse en gotische kloostergebouwen. Na jarenlange werkzaamheden ligt de Mont Saint-Michel opnieuw als eilandje in het water. Het begon allemaal in 708 toen de bisschop van Avranches een heiligdom zou hebben opgericht op de Mont-Tombe nadat de aartsengel Michael er drie keer verschenen was. Al komen er nu misschien geen echte bedevaarders meer, nog steeds trekken jaarlijks miljoenen mensen naar deze plek om de aartsengel (of althans zijn beeltenis) te zien en van boven op de berg de hele baai te overzien.

Ook al hebben de Fransen nog geen (school)vakantie op het moment van ons bezoek, we besluiten om ’s ochtends tijdig te vertrekken om de drukte zoveel mogelijk te vermijden.
De nieuwe, zeer ruime parking ligt op ca. 2 kilometer van de Mont Saint-Michel. Gratis pendelbussen brengen de bezoekers naar de Mont of toch tot op een paar honderd meter zodat je nog even een mooi zicht hebt op het totaalplaatje voor je door de toegangspoort naar binnen gaat.
Bij de parking ligt ook een groot bezoekerscentrum waar je de betaalautomaten vindt voor de parkeertickets en waar je trouwens gratis naar het toilet kan (altijd handig meegenomen). Er staat al een rijtje bezoekers te wachten op de pendelbus, maar er is ook een wandelpad en wij besluiten te voet te gaan. Ik heb geen zin om in de bus gepropt te worden, het is opnieuw vrij grijs maar droog (en winderig) en ik wil in alle rust en op eigen tempo genieten van de omgeving.

De aanblik van de Mont Saint-Michel in de verte is indrukwekkend. Het landschap is wijds, de schapen – de prés salés zoals ze hier ook worden genoemd omdat het gras dat ze eten zilt is en hun vlees bijgevolg ook – mogen niet ontbreken op de foto’s. Ik kijk rond en geniet met volle teugen. Intussen rijdt het pendelbusje ons voorbij, de passagiers plakken tegen elkaar en nog net niet tegen het raam. Blij dat wij voor de wandeloptie gekozen hebben. Uiteraard worden bij het uitstappen de nodige selfies gemaakt, en ja, ook wij maken er een paar (maar enkel om naar het thuisfront te sturen 😉 )

Eenmaal binnen de muren lijkt het of je even terug in de tijd gaat. Smalle straatjes slingeren zich omhoog langs oude huizen, winkeltjes en cafés. Eind juni-begin juli en vrij vroeg in de ochtend komen, heeft duidelijk een héél groot voordeel: het is hier rustig! Ik kan zonder problemen foto’s maken van de straatjes, er staan maar heel weinig mensen op. Maya herinnerde zich dat zij (toen ze hier een aantal jaren geleden in de paasvakantie was) met de klas bijna meteen de ‘hoofdstraat’ verlieten omdat het er veel te druk was, een hele verademing dus nu en letterlijk meer ruimte om alles rustig te bekijken.

We wandelen verder naar boven want we willen ook de abdij zelf bezoeken en daarvoor moet je tegenwoordig vooraf een ticket komen in een bepaald tijdslot. Eens boven staan er uiteraard nog mensen te wachten bij de security om binnen te gaan, maar druk kan je het echt niet noemen. Helemaal zoals we dat het liefst hebben dus 🙂

We wandelen door de abdij waar op dat moment ook tentoonstelling met enkele kunstwerken loopt (eentje ervan herkennen we trouwens van het Lichtfestival in Gent van enkele jaren geleden).

Het mooiste voor mij is echter het uitzicht op de baai. Intussen is het ook deels uitgeklaard en de wolkenluchten zijn prachtig. Van dit zicht en die kleuren zou ik elke dag kunnen genieten!
Ik speel nog een beetje met de panoramafunctie op mijn smartphone in een poging om het gevarieerde spel van licht en kleur op beeld vast te leggen.

Wanneer we naar beneden wandelen, is het duidelijk al wat drukker aan het worden. Ook heel wat leerlingen die hier op schooluitstap komen, sommige plannen duidelijk ook nog een wandeling in de baai zelf. Iets wat je trouwens best onder begeleiding doet, want het water kan snel opkomen en op verschillende plaatsen kan je ook in drijfzand terecht komen.

Om terug te keren naar de parking nemen we deze keer wel de pendelbus. En zo zien we langzaam de Mont terug kleiner worden.

Slotsom: zeer de moeite van een bezoek waard!
Als je kan, kom dan buiten de schoolvakanties en als dat niet lukt, probeer dan sowieso ’s ochtends vrij vroeg te komen. Het maakt echt een wereld van verschil.
De pendelbusjes zijn top, maar als het een beetje mooi weer is dan zou ik toch te voet richting Mont gaan. Het is helemaal niet zo ver wandelen en er ligt een breed pad. Ideaal ook wanneer je de schapen in het landschap wil fotograferen.
Maak gebruik van het gratis sanitair in het bezoekerscentrum bij de parking, eens binnen de poorten is er nog publiek sanitair (o.a. vlak na de poort), maar dat is betalend.
Onze GPS kende de weg nog niet naar de nieuwe parking, maar alles staat zeer goed aangeduid, je kan eigenlijk niet missen.

Saint-Malo

Wanneer we ’s ochtends na een uitgebreid ontbijt richting Saint-Malo rijden, is de lucht nog grijs. Geen zwembadweer, maar het is droog en zacht qua temperatuur dus we laten het niet aan ons hart komen. De foto’s zijn wat grijzer, maar het bezoek aan de stad daarom niet minder aangenaam.

We zoeken een parkeerplek (geen probleem want het is vrij rustig en we vinden het ook niet erg dat we nog heel even moeten lopen) en wandelen dan richting oude stad. Het Grande Aquarium bezoeken we niet, we hebben goede herinneringen aan Nausicaà in Boulogne-sur-Mer en niet meteen behoefte om nog meer vissen en andere zeedieren van dichtbij te kunnen bewonderen.

De ommuurde stad heeft nog niets verloren van haar robuuste uitstraling. We nemen een van de stadspoorten en stellen vast dat Saint-Malo zeker de moeite van een bezoekje waard is. In de straatjes vind je heel wat winkels, uiteraard met souvenirs maar ook heel wat andere koopwaar, van kledij over interieur, kunst en uiteraard ook eten (de schaaldieren waren best fotogeniek).

Bovendien zijn de zomerkoopjes al gestart en Maya vindt er een leuke top voor een klein prijsje, Maarten een nieuwe pet (voor zomerse fietstochtjes wanneer een hoed iets minder handig is). We namen ook een kijkje in de Saint-Vincent kathedraal. Mooie glasramen en meerdere scheepsmodellen, typisch voor zoveel kerken langs de kust.

We hebben wel zin in iets lekkers, maar willen de typische toeristenterrassen vermijden. Naast de kathedraal spot ik een bakkerij waar duidelijk ook de plaatselijke bewoners in de rij staan voor hun aankopen. Bovendien hebben ze enkele stoelen buiten staan en kan je er ook koffie krijgen. Ik kies voor de typische kouign-amann (uit te spreken min of meer als queen aman), een Bretons gebakje (eigenlijk meer een soort koffiekoek) gemaakt van gelaagd deeg met boter en suiker, dat tijdens het bakken een knapperige, gekarameliseerde buitenkant krijgt met een zachte binnenkant. Het woord betekent letterlijk ‘botertaart’ in het Bretons. Het is ongetwijfeld een caloriebommetje maar erg lekker 😉

We moeten wel een beetje opletten want vlakbij de tafeltjes zitten enkele meeuwen op de loer die ook wel een lekker hap lusten. De toeristen naast ons kunnen ervan meepraten want zij strooiden eerst nog enkele kruimels van hun broodje, maar één van de gevleugelde deugnieten ging gewoon met een volledig broodje aan de haal.  

Uiteraard kan een wandeling op de stadswallen niet ontbreken. Ze zorgen voor een mooi uitzicht over de zee, die er nu heel rustig bij ligt. De robuuste omwalling maakt echter duidelijk dat het hier niet altijd zo rustig is.

We verlaten de ommuurde stad en lopen nog even de andere richting uit om langs de dijk van het zeezicht te genieten. Het is nog niet meteen strandweer en we besluiten dan ook om ons bezoek aan deze stad af te ronden. Terwijl we terug naar het hotel rijden, klaart het echter volledig uit en we kunnen nog volop van de zon en een boek genieten aan het zwembad, voor ons even goed 😉

Rouen

Dit jaar trokken we opnieuw voor onze zomervakantie richting zuiderburen, maar niet heel ver. Een tussenstop inlassen leek dan ook wat overbodig, zij het niet dat het een ideale aanleiding is om ook plekjes dichter bij huis wat extra aandacht te geven. En dus werd er toch opnieuw een tussenstop ingebouwd in het doorgaan, deze keer in Rouen.

De stad ligt op amper 3u rijden van Gent waardoor we nog ruim voor de middag op onze bestemming waren en we dus meer dan voldoende tijd hadden om uitgebreid op verkenning te gaan. We boekten een nachtje in het Novotel Rouen Centre Cathédrale en waren behoorlijk onder de indruk van de art deco inkomhal.

Na het inchecken (de bagage lieten we nog even in de koffer zitten want de kamer was nog niet beschikbaar) namen we onze picknick mee voor een lunch langs de oevers van de Seine. Het was er heel aangenaam zitten op een van de vele bankjes. De speelpleintjes waren op dat moment rustig (maar wel mooi aangelegd en er slingerde ook nergens afval rond op wat spijtige peuken na). Verschillende inwoners kwamen hier over de middag hun loopje doen of hun lunch verorberen (na de werkuren kwamen hier nog veel meer mensen genieten van de groen en de gezelligheid merkten we later die dag op trouwens). En geen probleem om je afval netjes kwijt te geraken, overal stonden containers waar het afval gesorteerd werd ingezameld en ik ontdekte zelfs vuilbakken op zonne-energie!
Na de lunch trokken we de stad in om verder op ontdekking te gaan, de eerste indruk zat alvast helemaal goed 🙂

Rouen is de hoofdstad van Normandië en een stad die je heel gemakkelijk te voet verkent. Ze telt heel wat leuke straten en pleintjes met mooie winkels en een ruim aanbod aan horeca, massa’s vakwerkhuizen, indrukwekkende (gotische) kerken en ook enkele knappe musea.

De kathedraal Notre-Dame van Rouen is alvast een topvoorbeeld van gotische architectuur. Het gebouw werd wereldberoemd door Claude Monet de kathedraal vereeuwigde in een reeks schilderijen (waarvan je er trouwens ook eentje in Rouen kan bewonderen, zie verder).

In het oude stadscentrum vind je naast de vele vakwerkhuizen ook de Rue de Gros-Horloge. De astronomische klok is behoorlijk indrukwekkend en het symbool van de stad. Op zondag (en ook op maandag merkten we) zijn de meeste winkels wel gesloten, maar dat maakte het er niet minder gezellig op. Wie echter een stadsbezoek wil combineren met winkelplezier houdt daar wel best rekening mee. De lokale afdeling van Galleries Lafayette was open (maar de buitenkant was wat ons betreft het mooiste om te bekijken), het plaatselijk kattencafé was (tot grote spijt van Maya) gesloten.

Rouen is ook de stad van Jeanne d’Arc. Op de Place du Vieux-Marché werd ze in 1431 ter dood gebracht. Vandaag vind je hier een moderne kerk gewijd aan haar, met prachtige glas-in-loodramen. De ramen dateren uit de 16de eeuw en kwamen uit een andere kerk die tijdens de Tweede Wereldoorlog grotendeels werd vernield. Het gebouw zelf doet een beetje denken aan een Vikingschip (of een vis, volgens sommigen). Volgens ons in elk geval een prachtig staaltje architectuur, meer dan de moeite waard om zowel binnenin als langs buiten even wat extra aandacht te geven.

Het plein zelf is vrij druk, met een ruim aanbod aan cafés en restaurants en het typische draaimolentje dat je zowat in elke stad of dorp tegenkomt. Wij besloten wat rustiger straatjes te verkennen op zoek naar “there where the locals go” om iets te drinken. We vonden een soortement café (met enkel maar ‘simpele dingen’ op de kaart: qua koffie bv gewoon ‘un grand café ou un petit’, de prijzen waren ook navenant) naast een plek waar jeux de boules gespeeld werd in een straatje waar water en planten (blauw en groen) op een heel mooie manier terug in het straatbeeld geïntegreerd waren. Ik moest even denken aan Mechelen waar ik een gelijkaardige inrichting zag (zoiets mogen ze wat mij betreft op meer plaatsen doen trouwens).

Omdat we eigenlijk nog genoeg tijd hadden, besloten we ook al het Musée des Beaux-Arts te bezoeken en dat niet uit te stellen tot de volgende ochtend. Het museum herbergt een indrukwekkende collectie schilderijen, beeldhouwwerken en tekeningen. Je vindt er werken van o.a. Monet, Degas, Delacroix, Géricault en Caravaggio. Het gebouw deed me qua inrichting wat denken aan een mix tussen het Gentse MSK en het Antwerpse MSKA.

In het eerste deel ook nog ruimte voor enkele designstukken en hier en daar, in de trappenhal en op het einde van de tentoonstelling een moderne toets. De toegang is bovendien gratis, wat het extra aantrekkelijk maakt om eens binnen te lopen.

’s Avonds maakten we het onszelf gemakkelijk en kozen voor het Italiaans restaurant in/aan het hotel. Een mooi gevulde en gesmaakte dag. Na een goede nacht en uitgebreid ontbijt, konden wij gezwind vertrekken naar onze volgende bestemming.

Slotsom: Rouen is zeker de moeite van een bezoek waard en vanuit België nog net in te plannen als daguitstap of zeker perfect voor een weekendje weg.

Elzas – Vitrahaus

Quasi op het drielandenpunt van Frankrijk, Zwitserland en Duitsland, op het grondgebied van Duitsland, in Weil-am-Rhein, ligt de Vitracampus. Vitra is een naam als een klok, een designklok. Toen we in het voorjaar van 2019 na een citytrip Wenen via Frankrijk terug naar huis reden, maakten we hier al eens een tussenstop. Ik wist toen al dat we hier nog wel eenst terug zouden komen en dat een vakantie in de Elzas eigenlijk de perfecte uitvalsbasis is voor een tripje naar deze bijzondere plek. De foto’s zijn een combi van ons bezoek in april 2019 en september 2024.

De eigenaar van de meubelfabriek Vitra wilde oorspronkelijk een gebouw om zijn verzameling stoelen en andere meubels permanent tentoon te stellen. Uiteindelijk werd het (in 1989) een museum met ruimte voor tentoonstellingen en evenementen rond architectuur en ontwerpen. Het zwaartepunt van de collectie is een permanente tentoonstelling over meubels en interieurontwerpen. De basis werd gelegd na het overlijden van de Amerikaanse ontwerpers en architecten Charles en Ray Eames. Hun ontwerpen werden door Vitra geproduceerd en in Europa verkocht. De meubelverzameling bevat intussen ontwerpen van bijna alle bekende industriële ontwerpers, zoals George Nelson, Alvar Aalto, Verner Panton, Dieter Rams, Jean Prouvé, Michael Thonet en Gerrit Rietveld. Naast de meubelverzameling beschikt het museum ook over een bibliotheek en een archief met de nalatenschap van een aantal ontwerpers.

De hele site staat vol met gebouwen van wereldbefaamde architecten. Het hoofdgebouw van het museum is ontwerpen door Frank Gehry. Het gebouw voor de bedrijfsbrandweer van Vitra is een ontwerp van Zaha Hadid, een conferentiepaviljoen van de Japanner Tadao Ando, een tankstation ontworpen door Jean Prouvé …

In 2010 opende op de site het VitraHaus, de toonzaal van Vitra, met op de benedenverdieping de Vitra Design Museum Shop. Het Vitrahaus is een ontwerp van Herzog en de Meuron en lijkt wel een willekeurige stapeling van huizen. De blokken zijn echter perfect op elkaar gestapeld en in elkaar geschoven. De binnenkant is een passend geheel met heel veel daglicht en telkens weer prachtige uitzichten op de omgeving.

Het VitraHaus is dan ook zoveel meer dan een toonzaal, het hele gebouw ‘ademt’ modern design op een heel natuurlijke manier. Niet zo evident om te omschrijven, maar het is gewoon heerlijk om er rond te lopen en te genieten van de verschillende interieurs en ontwerpen.

Op een van de bovenverdiepingen (de VitraHaus Loft) mag een hedendaagse ontwerper voor een langere periode trouwens een studio inrichten met eigen ontwerpen. Op dit moment vind je daar het werk van Sabine Marcelis. Die waren niet altijd mijn ding qua materiaalkeuze, maar wel boeiend qua ontwerp.

In 2014 was de Vitra-collectie uitgegroeid tot ongeveer 6000 meubels en 1000 lampen. In 2016 opende op de Vitra Campus het Schaudepot. In dit gebouw is een permanente tentoonstelling van ongeveer ‘400 hoogtepunten uit de geschiedenis van het meubelontwerp van 1800 tot heden’ te bekijken.

In 2014 verscheen ook de 31 meter hoge Vitra Rutschturm van Carsten Höller. De stalen toren, een kunstwerk, fungeert als uitzichttoren met een spiraalvormige glijbaan.


Intussen kwam er op de site ook een prachtige plantentuin bij, in september was die wel al een beetje over haar hoogtepunt naar ze heeft er zonder meer heel kleurrijk uitgezien.

Het museum en het Shaudepot zijn betalend, het Vitrahaus kan je vrij bezoeken. Alle praktische info lees je op hun website: https://www.design-museum.de/de/informationen.html

Elzas – Colmar

Gelegen in het hart van de Elzas, is Colmar een stad die er een beetje uitziet als een plaatje uit een sprookjesboek: kleurrijke vakwerkhuizen, kronkelende straatjes en schilderachtige grachten, een mix van geschiedenis, cultuur en natuurlijke schoonheid.

We verbleven er in september 2 nachtjes in een hotel van de Accorgroep. We sliepen er erg goed en het ontbijtbuffet was uitstekend. Onze lunch werd een picknick en voor onze aankopen trokken we naar de lokale overdekte markthal, altijd leuk om te bezoeken en je kon er voldoende lekkers vinden :p

De eerste dag verkenden we de stad nog onder een bewolkte hemel. We zagen er uiteraard veel vakwerkhuizen en het opmerkelijke Maison Pfister (laatste foto in de reeks), een pareltje uit de renaissance dat op menig fototoestel wordt vastgelegd en daarnaast ook best veel groen en water doorheen de stad.

’s Avonds gingen de sluizen even open waardoor we snel een restaurantje binnen doken en kozen voor de lokale streekspecialiteit, tarte flambée.

De stad heeft ook zijn eigen petite Venise, met schilderachtige huizen langs de Lauch. We vonden er trouwens nog een heerlijk restaurantje (Les Batteliers – geen website, geen reservaties, maar wel elke avond aanschuiven voor een plekje) waar mijn vader jaren terug ooit heerlijke niertjes at (en dat kon er nu dus nog steeds, naast heel wat ander lekkers uiteraard).

We bezochten er niet het grote Musée Unterlinden, maar wel het geboortehuis (nu een museum) van de beeldhouwer Frédéric-Auguste Bartholdi, de ontwerper van het Vrijheidsbeeld. Best een boeiend verhaal om eens te leren kennen.
Aansluitend dronken we trouwens nog een heerlijke koffie in een leuke zaak met vintage inrichting vlak naast het museum.

Er hangt doorgaans wel een feestelijk sfeertje in de stad, en wie houdt van kerstmarkten zal hier in december zeker aan zijn trekken komen. Ook buiten de kerstperiode kan je er altijd wel terecht voor leuke geschenkjes, handgemaakte cadeaus en lokale lekkernijen. En aangepaste verlichting zorgt ’s avonds meteen voor extra sfeer en gezelligheid.
Wij genoten nu vooral nog even van de heerlijke zonnestralen om door de stad te flaneren, op ontdekking te gaan in de straten en wijken en uiteraard ook eens halt te houden om de kelen te smeren op een van de vele terasjes.

Even buiten de stad komt je meteen terecht in mooie landschappen. Colmar ligt aan de voet van de Vogezen en is omgeven door wijngaarden. Ideaal dus voor wie wil wandelen of fietsen in het groen, of voor wie – zoals wij deden – ook graag eens een bezoekje brengt aan een lokale wijnhandelaar, wij reden hiervoor naar Wettolsheim (helaas blijken die kleinere wijnboeren het steeds moeilijker te hebben om nog personeel te vinden en de concurrentie aan te blijven gaan met wijn uit andere gebieden en werelddelen). De oogsttijd van de druiven en het bijbehorende wijnfestival in de regio trekt echter nog steeds veel volk.

Kortom, Colmar en omgeving is een regio die veel te bieden heeft, of je nu fan bent van geschiedenis, kunst & cultuur, gastronomie of natuur, voor elk wat wils en helemaal niet zo ver van Vlaanderen wat het ideaal maakt voor een korte vakantie.

Meer inspiratie opdoen kan je altijd via deze website: https://www.visit.alsace/nl/colmar/

Elzas – kasteel Haut-Koenigsbourg

In september trokken wij enkele dagen richting de Elzas en deden daar enkele leuke bezoeken die ik graag met jullie deel. Op onze eerste reisdag stond er een bezoek aan een bijzonder kasteel op het programma: Château du Haut-Koenigsbourg.

Haut-Koenigsbourg is een indrukwekkend middeleeuws kasteel in roze zandsteen, eigen aan de streek, en ligt bij Orschwiller, ongeveer tien kilometer ten westen van Sélestat en een dikke 25 km boven Colmar. Het majestueuze bouwwerk bevindt zich op een rotskam van de oostelijke Vogezen, op een hoogte van 755 meter.


Vandaag de dag is de Haut-Koenigsbourg een van de best bewaarde kastelen in de Elzas en een geliefde toeristische attractie. Met een lengte van 270 meter en een breedte van 70 meter (en een totale oppervlakte van ca. 1.5 hectare!) biedt het een adembenemend uitzicht over het Rijndal, als er ten minste geen lage wolken hangen 😉

Je kan met de wagen tot vrij dicht bij het kasteel geraken, de weg is enkele richting en maakt een lus rondom de site. Ben je voorbij de site en vond je geen parkeerplaats dichtbij dan moet je dus volledig rondrijden en opnieuw een plekje zoeken op iets meer afstand van de ingang. Beetje verrassend wanneer je er voor de eerste keer komt, maar eigenlijk heel efficiënt en met het hoge bezoekersaantal op jaarbasis ongetwijfeld nodig om verkeersopstoppingen te voorkomen. Wij parkeerden voor alle zekerheid op enige afstand en deden nog een kleine klim te voet naar de ingang, meteen een beetje extra fysieke inspanning na een lange autorit 😉

Het kasteel kent zijn oorsprong in de 12e eeuw en speelde een cruciale rol in de middeleeuwen. Het strategische belang van de locatie werd al vroeg onderkend. De bezitters beheersten de omliggende dorpen en handelswegen in de Rijnvallei. Door de eeuwen heen wisselde het kasteel meerdere keren van eigenaar. Tijdens de Dertigjarige Oorlog werd de burcht belegerd en uiteindelijk in brand gestoken. Na de Vrede van Münster (1648) werd het kasteel een deel van Frankrijk. In de daaropvolgende eeuwen raakte het in verval en werd het uiteindelijk een ruïne.
Na de Frans-Duitse Oorlog werd Elzas-Lotharingen in 1871 onderdeel van het Duitse Keizerrijk. De stad Sélestat schonk de burcht in 1899 aan de Duitse keizer Wilhelm II, die het kasteel zag als een symbool van het Germaanse verleden van de Elzas. Onder leiding van de Berlijnse architect Bodo Ebhardt werd de ruïne tussen 1900 en 1908 grondig gerestaureerd. Deze restauratie leidde tot controverse omwille van een aantal keuzes die gemaakt werden. Restauratie is sowieso een verhaal zonder einde en ook steeds weer een kwestie van keuzes, interpretaties (en ongetwijfeld ook van beschikbare budgetten). Ook vandaag staat de voorzijde van het monument in de steigers voor renovatiewerken. Bij het Verdrag van Versailles (1919, na WOI) kwam het goed terug in Franse handen.

Aan de ingang liggen infofiches in 14 verschillende talen die je als individuele bezoeker doorheen het domein voeren en voorzien van een woordje uitleg. Uiteraard kan je ook deelnemen aan een rondleiding met gids, soms gebeurde dat zelfs voor heel kleine groepjes van 2 tot 4 personen zagen we. Hier en daar pikten we zo nog een brokje extra informatie mee, zowel in het Frans als in het Engels.

We zagen tijdens onze reizen al heel wat kastelen, maar dit is toch wel een bijzonder exemplaar. Moeilijk te beschrijven, deels ingewerkt in de rotsen zelf, indrukwekkend en op sommige momenten precies ook een beetje een mix (samenraapsel klinkt iets te negatief) van uiteenlopende stijlen en tijden. De restauratiekeuzes uit het verleden spelen hier duidelijk in mee, ook al lijken de meeste keuzes toch wel gestoeld op grondig wetenschappelijk onderzoek.

Het aanwezige meubilair straalt echter zonder meer vakwerk uit en de gigantische kachels met geglazuurde tegeltjes zijn ronduit indrukwekkend. De replica’s van de wapens geven ook wel een mooi overzicht van de evolutie in bewapening en verdediging.

Van de tuinen was ik een stuk minder onder de indruk, maar daar zitten mogelijk onze bezoeken een de weelderige Loirekastelen en dito tuinen wel voor iets tussen.
Regelmatig zijn er ook workshops en evenementen die jong en oud onderdompelen in het verleden van de middeleeuwen.

Vonden we dit de moeite? Zeker en vast. Het zou jammer zijn om deze plek niet te bezoeken wanneer je in de buurt bent. Hou er echter wel rekening mee dat het er heel druk kan zijn, ze tellen daar ongeveer een half miljoen bezoekers per jaar.

Alle praktische info over deze plek vind je op de website: https://www.haut-koenigsbourg.fr/en/




Berlijn – dingen die ik zag en tips om te eten

Het liefst van al loop ik gewoon rond in een stad om ze beter te leren kennen en ook onverwachte dingen te ontdekken. Dat kan gaan van street art over een bijzonder gebouw of een leuk winkeltje, … soms staan ze vermeld in een reisgids of zag ik er al iets over voorbijkomen op de socials, maar soms zijn het ook gewoon dingen die we zelf ontdekken of waar mijn oog op valt op dat moment. Dat zijn de kleine sprinkels, de kersen op de taart of hoe je het ook noemen wilt. Ik geef er hier nog enkele mee van onze citytrip deze zomer.

Winkels en window shopping

We zijn geen uitgebreide shoppers, maar een winkeltje met de supertoffe Ampelmann merchandising (Ampelmann = het figuurtje in het verkeerslicht) of een iconisch warenhuis zoals KaDeWe (Kaufhaus des Westens) dat wil ik wel eens gezien hebben. En los daarvan kan het ook een snelle oplossing om even de regen te ontwijken en zo brengen we soms toch nog onverwachte aankopen mee van vakantie (zoals een zomers hemdje voor Maya en een paar sokken voor mij van een winkel in uitverkoop). De Legostore eens binnenlopen, is sowieso leuk omdat ze er vaak hele mooie lokaalgebonden opstellingen hebben, zoals hier o.a. de Brandenburger Tor en een Trabantje door de Berlijnse muur.

Overal en nergens

Reclameborden, straatnaamborden en andere verkeersborden, maar ook werkmannen in flashy roze outfit, mooie streetart en vintage Trabantjes trokken mijn aandacht en zorgden voor een vrolijke noot onderweg.

Eten en drinken

Uiteraard werd ook de inwendige mens niet vergeten. We hadden het geluk in een prachtig hotel te kunnen logeren met een gigantisch uitgebreid buffet waar we onze buikjes meer dan rond konden eten en een lunch doorgaans schrapten, maar vervingen door een koffie ergens onderweg (koffiebar, broodhuis, maar even goed op een tof ecologisch marktje waar we toevallig langs liepen) om dan ’s avond opnieuw een eetplek te zoeken. In een grootstad is dat doorgaans niet zo moeilijk en met Google Maps en Trip Advisor kan je vlot een doorgaans goede keuze maken. Zo bleek er vlak naast ons hotel ook een restaurant te zitten waar we heerlijk konden eten (en de vis nog vers in de toonbank lag voor de liefhebbers, maar ook niet vis-eters konden er prima aan hun trekken komen). We aten ook erg lekker in gezellig eethuis een beetje verder in de buurt.
En iemand in ons gezelschap moest en zou eens een Bratwurst van een kiosk proeven, het ziet er niet zo heel smakelijk uit op de foto, maar het was blijkbaar best oké 😉

Architectuur en gebouwen met een verhaal

Al wandelend door de stad liepen we langs heel wat gebouwen met een verhaal, soms een ontdekking die we niet in een reisgids hadden gevonden zoals het prachtige Shellhaus (meer lezen kan o.a. op wikipedia).
Aan veel oorlogsverhalen hadden we niet meteen behoefte, maar toch hielden we even halt op de contemplatieve binnenkoer van het German resistance memorial center.
De Neue Nationalgalerie, met 20ste eeuwse Amerikaanse en Europese kunst, trok vooral onze aandacht omwille van het ontwerp door Mies van der Rohe.
En soms spring je onderweg gewoon ergens een cultuurhuis binnen (omdat je behoefte hebt aan een sanitaire stop) en geniet je even van de schoonheid van het gebouw en de lichtinstallatie die er op dat moment staat 😉
Op weer een andere plek liepen we plots lang Hotel Berlin, Berlin waar ik 10 jaar geleden met mijn zusje logeerde toen ze me trakteerde op een citytrip Berlijn wegens een nieuwe voordeur.
De Kaiser Wilhelm Gedächtniskirche staat dan weer bekend om zijn unieke architectuur, met een opvallende wafelstructuur aan de buitenkant en prachtige blauwe glas-in-loodramen binnenin. De kerk is een herdenkingskerk die na de Tweede Wereldoorlog werd herbouwd. Het moderne ontwerp van de nieuwe kerk, naast de ruïnes van de oude, symboliseert zowel de verwoesting van de oorlog als de wederopbouw en hoop voor de toekomst.
Er vallen ook verschillende mooie panden te spotten in de laan naar Schloss Charlottenburg.
En eveneens interessant om eens langs te lopen, vonden we de Hansawijk, een bijzonder stadsdeeltje dicht bij de Tiergarten en de Spree. Met boeiende architectuur en een leuk ecologisch marktje waar we een lekkere koffie dronken.
Onze laatste dag was meteen de mooiste en dus genoten we ook gewoon even op een bankje langs de Spree van de zon en de boten die voorbij kwamen. Soms moet het ook niet meer zijn dan dat 😉

Musea in Berlijn (deel 3) – Humboldtforum en Bröhanmuseum

Als slot van dit drieluikje over Berlijnse musea nog twee tips in een verder totaal onvolledige lijst van interessante musea om te bezoeken, maar kiezen is altijd een beetje verliezen natuurlijk en het geeft ook iets om naar uit te kijken bij een volgend bezoek 😉

Humboldtforum

Toen ik 10 jaar geleden met mijn zusje naar Berlijn ging, liepen we langs een reusachtige bouwput, waar op termijn een nieuw museum (en cultuurcentrum) zou komen. Intussen zijn we 2024 en dat nieuwe, grote, museum is een feit! Je zou het misschien niet meteen herkennen als nieuw, omdat het een gedeeltelijke replica is van het Berliner Stadstschloss (stadspaleis), maar met een moderne aanvulling. Het authentieke stadspaleis liep tijdens de Tweede Wereldoorlog grote schade op en werd tijdens de DDR-periode gesloopt.

Vandaag is het Humboldtforum de thuis voor het etnologisch museum en het museum voor Aziatische kunst, verder vind je er ook een grote tentoonstelling over de stad Berlijn en haar geschiedenis. Het forum wil ook een plek zijn voor interculturele dialoog, ontmoeting en uitwisseling en doet dit met heel wat tijdelijke tentoonstellingen en evenementen. Interesse voor kunst, geschiedenis of wetenschap? Het kan er allemaal. We bezochten er een gratis, tijdelijke tentoonstelling waar we helaas geen foto’s mochten nemen.

Nieuwsgierig geworden? Alle praktische info lees je op: https://www.humboldtforum.org/en/

Bröhanmusem

Na ons bezoek aan Schloss Charlottenburg hadden we nog tijd voor een extra bezoekje. In de brede, groene laan naar het kasteel vind je nog heel wat mooie gebouwen. Eentje ervan herbergt het Bröhanmuseum en bied de bezoeker een blik op kunst en design van de late 19de en vroege 20ste eeuw. Het museum werd genoemd naar zijn oprichter Karl H. Bröhan en is gespecialiseerd in Jugendstil, Art Nouveau, Art Deco en de Berlijnse Secession.

Bij binnenkomst in het Bröhanmuseum stap je meteen in een wereld van elegante vormen en verfijnde ontwerpen. De collectie omvat een breed scala aan objecten, van meubels en keramiek tot glaswerk en schilderijen. Door werken was helaas niet alles te zien, maar wat er stond, kon ons in elk geval bekoren. Het deed me een beetje denken aan de oude collectie van het designmuseum in Gent (momenteel gesloten voor ingrijpende verbouwingen).

Een van de hoogtepunten van het museum is de uitgebreide verzameling van werken van de Berlijnse Secession, een groep kunstenaars die zich afzette tegen de traditionele academische kunst. Helemaal iets anders, maar op zich ook altijd weer eens boeiend om te leren kennen. Er hingen ook nog enkele andere collecties waar wel wat grappige of boeiende stukken tussen zaten.

Zouden we dit museum opnieuw bezoeken? Waarschijnlijk niet meteen (beetje teveel verschillende zaken), maar het was wel een leuke aanvulling van het dagprogramma na het bezoek aan het Schloss Charlottenburg.

Alle praktische info lees je op hun website: https://www.broehan-museum.de/en/the-museum/

Musea in Berlijn (deel 2) – Das Panorama

Eigenlijk hadden we tijdens ons verblijf in Berlijn deze zomer een bezoek aan het Pergamommuseum in gedachten. Dat museum heeft een uitgebreide collectie Assyrische, Babylonische, Perzische en islamitische kunstwerken. Je vindt er enkele indrukwekkende stukken uit de oudheid:

  • het Pergamomaltaar, afkomstig uit de oude stad Pergamom (nu in Turkije). Het altaar dateert uit ongeveer 180 v.Chr. en heeft een indrukwekkend reliëf waarop de strijd tussen de goden en de giganten uitgebeeld wordt
  • de Marktpoort van Milete: een Romeinse poort die diende als toegang tot de marktplaats van de oude stad Milete
  • de Ishtar Poort: oorspronkelijk uit Babylon, één van de meest indrukwekkende monumenten. De poort, gewijd aan de godin Ishtar, is versierd met prachtige blauwe tegels en reliëfs van dieren.

Helaas is het museum voor langere tijd gesloten wegens een heel grondige en noodzakelijke renovatie. Gelukkig was er een alternatief waardoor we toch nog een stukje konden proeven van de grandeur uit de (voor ons toch iets minder bekende) oudheid: Das Panorama, waar je op een unieke manier de antieke stad Pergamon kan ervaren. Meesterwerken uit de oude stad worden er gecombineerd met een indrukwekkend 360°-panorama van kunstenaar Yadegar Asisi.

De tentoonstelling bevat ongeveer 80 belangrijke werken, waaronder delen van het beroemde Telephosfries uit het altaar (origineel en een reconstructie gemaakt met AI die de ontbrekende en verloren gegane beelden opnieuw invult). Deze werken geven een inzicht in de kunst en cultuur van het oude Pergamon. Naast de historische artefacten, biedt de tentoonstelling ook verschillende installaties en nieuwe tekeningen van Asisi.

Je stap als het ware binnen in het jaar 129 na Chr. en ontdekt Pergamon tijdens de Romeinse keizertijd. Het panorama biedt een schitterend uitzicht op de stad, compleet met levendige details en historische nauwkeurigheid. Door het spel van licht en geluid krijg je de stad te zien van bij het ontwaken in de vroege ochtend tot diep in de nacht.

Het is behoorlijk indrukwekkend om als het ware in een reusachtige kijkdoos binnen te stappen en op verschillende niveaus halt te houden en om je heen te kijken, terwijl je langs alle kanten omgeven wordt door het beeld van een levendige stad uit de oudheid. De detailgraad is erg groot en het subtiele klank- en lichtspel maakt de beleving nog sterker.

Na de restauratie en heropening breng ik met plezier een bezoekje aan het Pergamommuseum, maar het Panorama was voor nu zeker een mooie vervanger.

Alle praktische info over Das Panorama lees je hier: https://www.smb.museum/museen-einrichtungen/pergamonmuseum-das-panorama/besuch-planen/adresse/
Wil je meer te weten komen over het Pergamommuseum, lees dan verder op deze pagina.

Musea in Berlijn (deel 1) – Neues Museum

Berlijn telt heel wat musea en voor de bekendste hoef je zelfs niet ver te lopen, want die liggen allemaal bij elkaar op het Museuminsel (of het museumeiland) in de rivier de Spree. Het is zelfs één van de belangrijkste museumcomplexen ter wereld en staat sinds 1999 op de werelderfgoedlijst van UNESCO. Zonder een museum binnen te lopen, is deze plek dus al de moeite van een bezoekje waard wanneer je in Berlijn bent 😉

Wij deden een beetje van beide: liepen rond in de omgeving van het Museuminsel en gingen ook hier en daar eens binnen, zij het beperkt omdat we ook gewoon graag buiten rondlopen om een stad te ontdekken 🙂

Neues Museum 

Het Neues Museum is vooral bekend voor zijn uitgebreide Egyptische tentoonstelling en de papyruscollectie, maar bevat ook het Museum voor Prehistorie en Vroege Geschiedenis en de Collectie Klassieke Oudheden.

Boeiend hoe trouwens nieuwe delen geïntegreerd werden in het bestaande gebouw en er oude, door de oorlog beschadigde muren mee opgenomen werden in dat nieuwe geheel zonder ze te verbergen. Ook het museumgebouw zelf vertelt op die manier een verhaal.

De Egyptische tentoonstelling en vooral de 3.000 jaar oude buste van de Egyptische koningin Nefertiti is een van de meest populaire bezienswaardigheden van Berlijn (van die laatste mag je trouwens geen foto nemen en daarover wordt heel streng gewaakt). Het is echt een uitgebreide en mooie collectie waardoor je je soms afvraagt wat er nog overgebleven is van mooie stukken in Egypte zelf wanneer je ziet hoeveel moois hier ligt.

Na de uitgebreide Egyptische collectie deden we ook de rest van het museum dat zeker even interessant, boeiend en verrassend was. We zagen er o.a. echt mooie juwelencollecties en een wel heel bijzonder, trompetachtig instrument uit lang vervlogen tijden dat ik nog nooit gezien had. Ook over de ‘goldene Hüte’ uit de Bronstijd had ik nog nooit iets gelezen of gehoord, maar blijkbaar zijn ze enorm zeldzaam en is er maar heel weinig over bekend, dus misschien is dat niet zo verrassend 😉
Ook leuk was de reactie van Maya die als student diergeneeskunde plots op een heel andere manier naar skeletten kijkt en meteen begon te zoeken naar wat ze al/nog kende en waarover ze een extra woordje uitleg kon geven.

Uiteindelijk liepen we toch een aantal uren rond in het museum en we zijn zeker niet bij elk infobord blijven staan om het te lezen. Wat ons betreft zeker een aanrader wanneer je van Egyptische kunst houdt, maar ook de andere collecties waren meer dan de moeite.

Alle praktische info over het Neues Museum lees je hier: https://www.smb.museum/en/museums-institutions/neues-museum/home/