Categorie archieven: Cultuur

Gullivers reizen, een heerlijk hoorspel van Het Geluidshuis

Sinds jaar en dag zijn wij hier fan van de heerlijke hoorspelen van Het Geluidshuis. Maya leerde ze als kind kennen en vindt het extra leuk dat de nieuwe verhalen (op enkele nummers na) ook telkens verschijnen rond dezelfde tijd dat zij jarig is. Perfecte match dus voor de wishlist 😉
Er is één hoorspel meer dan het aantal verjaardagskaarsjes dat zij mag uitblazen en alle nummers krijgen een plekje op haar boekenkast.

Elk nieuw verhaal beluisteren we meestal eerst samen (en evalueren we ook meestal samen), maar zij is wel de grootste fan, beluistert de CD’s regelmatig en kent van meerdere verhalen volledige passages uit het hoofd 🙂

Met Gullivers reizen brengt Het Geluidshuis een klassieker van Jonathan Swift tot leven op een manier die zowel jong als oud weet te boeien. Het oorspronkelijke verhaal van Gulliver, dat bekendstaat om zijn scherpe satire en maatschappijkritiek, krijgt hier een eigentijdse twist.
Ik moet toegeven dat ik zelf ook even via Wikipedia meer info over het verhaal moest gaan opzoeken, om vast te stellen dat de essentie echt wel behouden werd.
De dialogen zijn spitsvondig, de humor is heerlijk absurd, maar er blijft ruimte voor reflectie (zonder ertoe te verplichten). Kinderen lachen om de gekke situaties, volwassen om de subtiele knipogen.

Elke stemacteur brengt zijn personage tot leven met een unieke flair, van de kleinste Lilliputter tot de reusachtige bewoners van Brobdingnag. De geluidseffecten zijn rijk en gedetailleerd, de muziek ondersteunt het verhaal, nu eens speels, dan weer spannend. Het Geluidshuis doet zijn naam alle eer aan.

Gullivers reizen is een mooie aanvulling in de collectie heerlijke hoorspelen. Het is ontspannend en grappig, maar tegelijk educatief en een lichtvoetige kennismaking met een literaire klassieker. Perfect voor een lange autorit, een gezellige avond thuis of gewoon om even te ontsnappen aan de dagelijkse sleur.

En indien er nog suggesties nodig zijn voor volgende nummers: voor Maya mag er gerust nog eens eentje tussen zitten met een link naar de klassieke oudheid, misschien een verhaal met Cleopatra in de hoofdrol?

Op de boekenplank bij Maya

Ik lees het liefst van al buiten in het zonnetje. De voorbije maand(en) kregen we al heel wat uren zonneschijn cadeau en door de blok & examens was ik vaker thuis dan gemiddeld. Ideale combinatie dus om iets meer te lezen.
Ik besloot om nog eens in Maya’s boekenkast te duiken. Haar meter is dol op boeken (een understatement eigenlijk) en geeft er ook graag cadeau. Sommige boeken heeft ze al langer en zijn initieel voor een jonger doelpubliek, maar dat maakt ze daarom niet minder mooi om ook als volwassene eens te lezen. Andere boeken kreeg ze dan weer recenter en liggen nog te wachten om door haar gelezen te worden (en kon ik als het ware voor-lezen).

Pets and the city, true tales of a Manhattan house call veterinarian – Dr. Amy Atas

Het persoonlijke verhaal van een dierenarts in New York die als eerst startte met huisbezoeken en langs mag gaan bij zowel bij ‘gewone mensen’ als bij de ‘rich and famous’ (waar ze soms een unieke inkijk krijgt in hun leven en – uiteraard – vooral in dat van hun honden en katten)

Bijna dagboekgewijs leer je Amy Atas kennen, van jong meisje dat als snel wist dat ze dierenarts wou worden, over haar eerste stappen in de dierenartspraktijk tot wie ze intussen geworden is. Met vaak hilarische en soms ontroerende verhalen over baasjes en beestjes, met uitspraken die ik ook onze dierenarts in opleiding al hoorde zeggen (of waarvan ik weet dat ze net dezelfde mening is toegedaan), ….

De korte stukjes zijn ook ideaal om het boek als tussendoortje te lezen, tijdens een lunchpauze, op de trein, in een wachtlokaal, voor het slapengaan… Een heel fijn boek om te lezen, nog eens te meer door de studiekeuze die Maya maakte 🙂

Over mensen en paarden – Juli Zeh

Nog een persoonlijk verhaal, deze keer van een ‘paardenmeisje’. Aan de hand van haar eigen paarden vertelt ze het verhaal over de gedeelde geschiedenis van paard en mens in de twintigste eeuw. Over de fascinatie van de mens voor paarden, over het vluchtinstinct en de taal van paarden, maar ook over het proces van schrijven en de overeenkomsten tussen die twee.

Opnieuw een fijn boek om te lezen, net omdat er hier ook een paardenmeisje rondloopt. Maya is dan misschien niet zo fanatiek als de auteur van dit boek, maar de meningen en sommige ervaringen zijn wel herkenbaar en deden mij net als bij het vorige boek regelmatig glimlachen.

Aicha en de verloren taal – Fikry El Azzouzi

Een fabel over een tijd toen dieren en mensen met elkaar konden spreken. Maar op een moment stopten ze met naar elkaar te luisteren, en kwamen ze lijnrecht tegenover elkaar te staan. Eéns in de 99 jaar wordt een speciaal kind geboren, dat wel nog in staat is om met de dieren te spreken: Aicha. Samen met haar beschermdjinn, Milouda, begint ze aan haar moeilijke opdracht om de talen van alle dieren, bomen en mensen te leren. Sommigen willen Aicha’s taak echter dwarsbomen.

Mooi geschreven, maar iets minder mijn ding. Mogelijk omdat ik de Arabische cultuur en de verhalen van de djinns te weinig ken? Het einde vond ik ook een tikje abrupt.

Films die nergens draaien – Yorick Goldewijk

Op de dag dat Cato ter wereld kwam, heeft haar moeder die verlaten. Haar vader is sindsdien alleen maar stil en afwezig. Als Cato een geheimzinnig kaartje vindt van een verlaten bioscoop, besluit ze te gaan kijken.

Heel vlot en beeldend geschreven, je kan je zo voorstellen dat hiervan een hele mooie film gemaakt kan (zal?) worden. Op het einde was ik echt ontroerd. Wat mij betreft zeker een aanrader voor jong én oud(er).

Jij mag alles zijn – Griet Op De Beeck

Een verhaal over een meisje van negen, maar wel voor een publiek dat iets ouder is dan negen. Een verhaal over ouders en kinderen, over verdriet en de zoektocht naar beter. Over liefde in verschillende vormen en over de impact van volwassenen op kinderen zonder dat we het soms beseffen hoe groot die kan zijn.

Heel fris en ontwapenend geschreven, met opnieuw een ontroerend einde. Andermaal een aanrader voor jong en oud(er).



Plastic Fantastic?

Op een zonnige zondig in februari trokken wij nog eens richting binnenstad voor een bezoekje aan één van de Gentse stadsmusea. Daar mag je tussen 10 en 13u gratis binnen als Gentenaar en dat is dus ideaal om snel even een tijdelijke tentoonstelling mee te pikken.

Van Leo Baekelands wereldberoemde uitvinding ‘bakeliet’, over de massaproductie na de Tweede Wereldoorlog, tot ingenieuze hoogtechnologische toepassingen en de desastreuze plastic soup van vandaag. De expo ‘Plastic Fantastic?’ neemt je mee doorheen de geschiedenis van de kunststoffenproductie en -consumptie.

De tentoonstelling is niet echt groot, maar wel boeiend. Alles startte min of meer met de uitvinding van het bakeliet, de allereerste volledig synthetische kunststof. Een uitvinding van de Gentenaar Leo Baekeland trouwens, die er wereldberoemd mee werd.
Je maakt als bezoeker een duik in de geschiedenis van de kunststoffen die in de 20ste eeuw een onmisbaar onderdeel van ons dagelijks leven werden. Van alledaagse voorwerpen zoals brooddozen en medische spuiten tot designklassiekers zoals de bakelieten radio en telefoon, kunststoffen zijn uitermate veelzijdig. Die veelzijdigheid wordt aan de hand van een alfabet creatief in beeld gebracht.

Er zijn de meer voor de hand liggende voorwerpen uiteraard, maar zo had ik er zelf eigenlijk nog nooit bij stilgestaan dat ook biljartballen, ooit standaard gemaakt uit ivoor, al jaren gemaakt worden uit kunststof (gelukkig maar).

In het interactieve plastic lab, krijg je nog een beter zicht op de veelzijdige eigenschappen van kunststoffen en kan je dat aan verschillende praktische opstellen ook zelf eens uittesten. Daarnaast krijg je als bezoeker ook een kijkje in de fabriekssfeer met indrukwekkende machines en matrijzen. Videogetuigenissen nodigen je uit om na te denken over de vraag: “Is plastic nu echt fantastisch?”

In lijn met de boodschap van duurzaamheid, is de scenografie van de tentoonstelling opgebouwd uit gerecycleerde kunststoffen en productieafval. Dit circulaire ontwerp zorgt ervoor dat de tentoonstelling zelf bijdraagt aan het verminderen van de plastic afvalberg. En wie zin heeft, kan op een omgebouwde fiets zelf even op de trappers staan om enkele plastic dopjes te ‘versnipperen’ 😉

De tentoonstelling is geschikt voor bezoekers van alle leeftijden en loopt nog tot juni 2025. Voor de jongsten is er een apart parcours/spel in de tentoonstelling geïntegreerd en er is zelfs een speel- en leeshoekje.

En wanneer je er toch bent, neem meteen ook eens een kijkje op de andere verdiepingen, want ook de vaste tentoonstelling is meer dan de moeite waard.

Alle praktische info lees je op de website van het museum.

Boeken in 2024

Mijn leesdoel voor dit jaar had ik opnieuw bescheiden ingesteld. Met 12 boeken per jaar, of eentje per maand, leek me dat gewoon vrij realistisch. Omdat ik (of toch mijn ogen) ’s avonds vaak te moe ben om nog een boek te lezen, lees ik vooral op mooie zonnige dagen, buiten op ons terras. Maar ik ben toch blij dat ik mijn doel met 16 boeken lichtjes overschreden heb.

Na de zomer ben ik wel stilgevallen (op één boek na, maar dat was vakliteratuur). Er zaten goede boeken bij, maar de young adult literature viel dit jaar wat tegen in vergelijking met vorig jaar. Mystery novels en detectives zijn sowieso een blijver in mijn leeslijst (al was het daar dit jaar ook met wat wisselende kwaliteit). De categorie ‘Historical fiction’ is met de boeken van Kate Mosse sowieso geslaagd, ik ben nog steeds erg blij dat ik de schrijfster een paar jaar geleden leerde kennen via een exemplaar in de boekenruilkast.

Gender Swapped myths was zonder twijfel het meest opvallende boek in mijn leesrijtje van 2025. Na Gender swapped fairy tales wist ik intussen wel wat ik mocht verwachten, het leesplezier was er daarom niet minder om.

En dan nog enkele cijfertjes die Goodread voor mij oplijstte:

  • 16 boeken, in totaal goed voor 5.425 pagina’s leesplezier
  • Het kortste boek telde 142 pagina’s, het langste 597, gemiddeld zo’n 339.
  • Het vaakst gelezen boek (1.298.822 keer) op de planken bij Goodreads was ‘De zevenvoudige dood van Evelyne Harcastle’. Een vrij bijzonder boek, niet helemaal fan, maar toch te goed om opzij te leggen.
  • mijn favoriet van 2025: ‘De vergeten tombe’ van Kate Mosse

Zal 2025 een beter boekenjaar worden? Dat valt nog te bezien, maar in elk geval zitten er in de pakjes onder kerstboom wel een aantal boeken waarvan ik weet dat ze goed zijn en die ik met plezier zal lezen 😉

Elzas – kasteel Haut-Koenigsbourg

In september trokken wij enkele dagen richting de Elzas en deden daar enkele leuke bezoeken die ik graag met jullie deel. Op onze eerste reisdag stond er een bezoek aan een bijzonder kasteel op het programma: Château du Haut-Koenigsbourg.

Haut-Koenigsbourg is een indrukwekkend middeleeuws kasteel in roze zandsteen, eigen aan de streek, en ligt bij Orschwiller, ongeveer tien kilometer ten westen van Sélestat en een dikke 25 km boven Colmar. Het majestueuze bouwwerk bevindt zich op een rotskam van de oostelijke Vogezen, op een hoogte van 755 meter.


Vandaag de dag is de Haut-Koenigsbourg een van de best bewaarde kastelen in de Elzas en een geliefde toeristische attractie. Met een lengte van 270 meter en een breedte van 70 meter (en een totale oppervlakte van ca. 1.5 hectare!) biedt het een adembenemend uitzicht over het Rijndal, als er ten minste geen lage wolken hangen 😉

Je kan met de wagen tot vrij dicht bij het kasteel geraken, de weg is enkele richting en maakt een lus rondom de site. Ben je voorbij de site en vond je geen parkeerplaats dichtbij dan moet je dus volledig rondrijden en opnieuw een plekje zoeken op iets meer afstand van de ingang. Beetje verrassend wanneer je er voor de eerste keer komt, maar eigenlijk heel efficiënt en met het hoge bezoekersaantal op jaarbasis ongetwijfeld nodig om verkeersopstoppingen te voorkomen. Wij parkeerden voor alle zekerheid op enige afstand en deden nog een kleine klim te voet naar de ingang, meteen een beetje extra fysieke inspanning na een lange autorit 😉

Het kasteel kent zijn oorsprong in de 12e eeuw en speelde een cruciale rol in de middeleeuwen. Het strategische belang van de locatie werd al vroeg onderkend. De bezitters beheersten de omliggende dorpen en handelswegen in de Rijnvallei. Door de eeuwen heen wisselde het kasteel meerdere keren van eigenaar. Tijdens de Dertigjarige Oorlog werd de burcht belegerd en uiteindelijk in brand gestoken. Na de Vrede van Münster (1648) werd het kasteel een deel van Frankrijk. In de daaropvolgende eeuwen raakte het in verval en werd het uiteindelijk een ruïne.
Na de Frans-Duitse Oorlog werd Elzas-Lotharingen in 1871 onderdeel van het Duitse Keizerrijk. De stad Sélestat schonk de burcht in 1899 aan de Duitse keizer Wilhelm II, die het kasteel zag als een symbool van het Germaanse verleden van de Elzas. Onder leiding van de Berlijnse architect Bodo Ebhardt werd de ruïne tussen 1900 en 1908 grondig gerestaureerd. Deze restauratie leidde tot controverse omwille van een aantal keuzes die gemaakt werden. Restauratie is sowieso een verhaal zonder einde en ook steeds weer een kwestie van keuzes, interpretaties (en ongetwijfeld ook van beschikbare budgetten). Ook vandaag staat de voorzijde van het monument in de steigers voor renovatiewerken. Bij het Verdrag van Versailles (1919, na WOI) kwam het goed terug in Franse handen.

Aan de ingang liggen infofiches in 14 verschillende talen die je als individuele bezoeker doorheen het domein voeren en voorzien van een woordje uitleg. Uiteraard kan je ook deelnemen aan een rondleiding met gids, soms gebeurde dat zelfs voor heel kleine groepjes van 2 tot 4 personen zagen we. Hier en daar pikten we zo nog een brokje extra informatie mee, zowel in het Frans als in het Engels.

We zagen tijdens onze reizen al heel wat kastelen, maar dit is toch wel een bijzonder exemplaar. Moeilijk te beschrijven, deels ingewerkt in de rotsen zelf, indrukwekkend en op sommige momenten precies ook een beetje een mix (samenraapsel klinkt iets te negatief) van uiteenlopende stijlen en tijden. De restauratiekeuzes uit het verleden spelen hier duidelijk in mee, ook al lijken de meeste keuzes toch wel gestoeld op grondig wetenschappelijk onderzoek.

Het aanwezige meubilair straalt echter zonder meer vakwerk uit en de gigantische kachels met geglazuurde tegeltjes zijn ronduit indrukwekkend. De replica’s van de wapens geven ook wel een mooi overzicht van de evolutie in bewapening en verdediging.

Van de tuinen was ik een stuk minder onder de indruk, maar daar zitten mogelijk onze bezoeken een de weelderige Loirekastelen en dito tuinen wel voor iets tussen.
Regelmatig zijn er ook workshops en evenementen die jong en oud onderdompelen in het verleden van de middeleeuwen.

Vonden we dit de moeite? Zeker en vast. Het zou jammer zijn om deze plek niet te bezoeken wanneer je in de buurt bent. Hou er echter wel rekening mee dat het er heel druk kan zijn, ze tellen daar ongeveer een half miljoen bezoekers per jaar.

Alle praktische info over deze plek vind je op de website: https://www.haut-koenigsbourg.fr/en/




Judith van Vlaanderen

Ik vermoed dat zowat de meerderheid van de (TV-kijkende) Vlamingen Judith leerde kennen via de TV-reeks Het verhaal van Vlaanderen waarin Tom Waes op geheel eigen wijze de geschiedenis van onze contreien in beeld bracht. De reeks is trouwens nog steeds te bekijken via VRT Max voor de geïnteresseerden.
Samen met Tom Waes vroeg menig Vlaming zich toen af wie in graf S127 gevonden was bij de graafwerken aan het Sint-Pietersplein in Gent in het begin van de 21ste eeuw. In 2006 vond men geen antwoord op de vraag en verdwenen de gevonden resten in de archieven en de vergetelheid. Het TV-programma gaf het spreekwoordelijke duwtje in de rug om het dossier/het skelet terug van onder het spreekwoordelijke en letterlijk stof te halen. Zoveel jaren later was de wetenschap immers ook alweer verder geëvolueerd dat het misschien wel de moeite loonde om alles nog eens grondig onder de loep te nemen in de hoop een antwoord te kunnen formuleren op de prangende vraag: Is het het gevonden skelet dat van Judith van Vlaanderen?

En zo geschiedde, … rond de nieuwe zoektocht werd een tentoonstelling uitgebouwd en wij gingen een kijkje nemen.

Als bezoeker word je door de experten meegenomen in het verhaal van hun (hernieuwde) zoektocht. De opstelling met kasten, kijkdozen en tafels voor intrigerend studiemateriaal geven je een kleine inkijk in het leven van een onderzoeker.

Wie zich trouwens afvraagt of millimeterpapier nog veel gebruikt wordt vandaag, volgens mij nog volop bij archeologen 😉
Verder ook prachtige oude boekwerken uit de 9de en 10de eeuw die met de nodige omzichtigheid geraadpleegd moeten worden en in de tentoonstelling vaak opgeborgen liggen onder klapdekseltjes om ze maximaal tegen het licht te beschermen.
Uiteraard ook microscopen en filmpjes van moderne onderzoekstechnieken om toch maar zoveel mogelijk informatie te pakken te krijgen en mysteries uit het verleden te ontrafelen.

Parallel krijg je ook heel wat informatie gepresenteerd over de periode waarin de Karolingische dynastie hoogtij vierde. In 3 kamers wordt de informatie enigszins thematisch gebundeld en werden heel wat mooie stukken uit andere binnen- en buitenlandse collecties in bruikleen gegeven voor de tentoonstelling.

Een tijdlijn brengt het verhaal van Judith en de Karolingische dynastie op een visuele manier in beeld. Heel interessant ook dat duidelijk wordt meegegeven waar de onjuistheden en de onzekerheden in de verhaallijnen zitten. Niet alles is immers even duidelijk, boeken en geschriften waren eerder zeldzaam en ook toen bestond er al iets wat je misschien zou kunnen omschrijven als fake news en dus het belang van degelijk bronnenonderzoek mooi in de kijker stelt.

De audiogids maakt deel uit van jouw toegangsticket. Het geeft je nog een pak extra informatie in de vorm van toelichtingen door de experten, maar vooral ook de verhalen die door het personage Judith verteld worden. Deze zorgen ervoor dat je nog meer in het verleden en in het verhaal getrokken wordt. Fans van het Geluidshuis kunnen o.a. de stem herkennen van Leen Renders, host van de podcast Wetenschapje

En weten we nu zeker of het gevonden skelet dat van Judith is? Helaas kunnen we dat nog steeds niet met zekerheid zeggen, maar we kunnen het ook niet met bewijskracht ontkennen. Dat is jammer, maar niet geheel onverwacht. Wat we wel met zekerheid weten, is dat het de vrouw uit S127 van hoge komaf was en in haar tijd als heel belangrijk beschouwd werd. Bovendien zijn er overeenkomsten met het levensverhaal van Judith zoals we dat kennen uit historische bronnen wat ook wel het belang van deze vindplaats aangeeft.
Wie weet zullen we ooit nog in staat zijn om het mysterie nog verder te ontrafelen, sowieso is en blijft het een heel boeiend verhaal.

Als afsluiter en uitsmijter krijg je trouwens nog een 3D-visualisatie te zien van hoe deze vrouw er zou kunnen uitgezien hebben. Dit gebeurde met behulp van geavanceerde 3D-technologie en gezichtsreconstructietechnieken. Omdat er geen volledig DNA werd teruggevonden, werden een aantal variaties gemaakt met verschillende haar-, huid- en oogkleuren die in de regio voorkwamen. Aangezien de vrouw van middelbare leeftijd was (dat kunnen wetenschappers wel afleiden uit de botresten), is het waarschijnlijk dat ze al grijs haar had. Haar kleding en sieraden zijn gebaseerd op andere informatiebronnen uit of verwijzend naar deze periode en waarvan er ook in de tentoonstelling verschillende stukken te zien zijn.

Zelf ook nieuwsgierig geworden? De tentoonstelling opende op 4 oktober 2024 en loopt nog zeker tot 19 januari 2025. Alle praktische info lees je op de website van Historische huizen.

Musea in Berlijn (deel 3) – Humboldtforum en Bröhanmuseum

Als slot van dit drieluikje over Berlijnse musea nog twee tips in een verder totaal onvolledige lijst van interessante musea om te bezoeken, maar kiezen is altijd een beetje verliezen natuurlijk en het geeft ook iets om naar uit te kijken bij een volgend bezoek 😉

Humboldtforum

Toen ik 10 jaar geleden met mijn zusje naar Berlijn ging, liepen we langs een reusachtige bouwput, waar op termijn een nieuw museum (en cultuurcentrum) zou komen. Intussen zijn we 2024 en dat nieuwe, grote, museum is een feit! Je zou het misschien niet meteen herkennen als nieuw, omdat het een gedeeltelijke replica is van het Berliner Stadstschloss (stadspaleis), maar met een moderne aanvulling. Het authentieke stadspaleis liep tijdens de Tweede Wereldoorlog grote schade op en werd tijdens de DDR-periode gesloopt.

Vandaag is het Humboldtforum de thuis voor het etnologisch museum en het museum voor Aziatische kunst, verder vind je er ook een grote tentoonstelling over de stad Berlijn en haar geschiedenis. Het forum wil ook een plek zijn voor interculturele dialoog, ontmoeting en uitwisseling en doet dit met heel wat tijdelijke tentoonstellingen en evenementen. Interesse voor kunst, geschiedenis of wetenschap? Het kan er allemaal. We bezochten er een gratis, tijdelijke tentoonstelling waar we helaas geen foto’s mochten nemen.

Nieuwsgierig geworden? Alle praktische info lees je op: https://www.humboldtforum.org/en/

Bröhanmusem

Na ons bezoek aan Schloss Charlottenburg hadden we nog tijd voor een extra bezoekje. In de brede, groene laan naar het kasteel vind je nog heel wat mooie gebouwen. Eentje ervan herbergt het Bröhanmuseum en bied de bezoeker een blik op kunst en design van de late 19de en vroege 20ste eeuw. Het museum werd genoemd naar zijn oprichter Karl H. Bröhan en is gespecialiseerd in Jugendstil, Art Nouveau, Art Deco en de Berlijnse Secession.

Bij binnenkomst in het Bröhanmuseum stap je meteen in een wereld van elegante vormen en verfijnde ontwerpen. De collectie omvat een breed scala aan objecten, van meubels en keramiek tot glaswerk en schilderijen. Door werken was helaas niet alles te zien, maar wat er stond, kon ons in elk geval bekoren. Het deed me een beetje denken aan de oude collectie van het designmuseum in Gent (momenteel gesloten voor ingrijpende verbouwingen).

Een van de hoogtepunten van het museum is de uitgebreide verzameling van werken van de Berlijnse Secession, een groep kunstenaars die zich afzette tegen de traditionele academische kunst. Helemaal iets anders, maar op zich ook altijd weer eens boeiend om te leren kennen. Er hingen ook nog enkele andere collecties waar wel wat grappige of boeiende stukken tussen zaten.

Zouden we dit museum opnieuw bezoeken? Waarschijnlijk niet meteen (beetje teveel verschillende zaken), maar het was wel een leuke aanvulling van het dagprogramma na het bezoek aan het Schloss Charlottenburg.

Alle praktische info lees je op hun website: https://www.broehan-museum.de/en/the-museum/

Musea in Berlijn (deel 2) – Das Panorama

Eigenlijk hadden we tijdens ons verblijf in Berlijn deze zomer een bezoek aan het Pergamommuseum in gedachten. Dat museum heeft een uitgebreide collectie Assyrische, Babylonische, Perzische en islamitische kunstwerken. Je vindt er enkele indrukwekkende stukken uit de oudheid:

  • het Pergamomaltaar, afkomstig uit de oude stad Pergamom (nu in Turkije). Het altaar dateert uit ongeveer 180 v.Chr. en heeft een indrukwekkend reliëf waarop de strijd tussen de goden en de giganten uitgebeeld wordt
  • de Marktpoort van Milete: een Romeinse poort die diende als toegang tot de marktplaats van de oude stad Milete
  • de Ishtar Poort: oorspronkelijk uit Babylon, één van de meest indrukwekkende monumenten. De poort, gewijd aan de godin Ishtar, is versierd met prachtige blauwe tegels en reliëfs van dieren.

Helaas is het museum voor langere tijd gesloten wegens een heel grondige en noodzakelijke renovatie. Gelukkig was er een alternatief waardoor we toch nog een stukje konden proeven van de grandeur uit de (voor ons toch iets minder bekende) oudheid: Das Panorama, waar je op een unieke manier de antieke stad Pergamon kan ervaren. Meesterwerken uit de oude stad worden er gecombineerd met een indrukwekkend 360°-panorama van kunstenaar Yadegar Asisi.

De tentoonstelling bevat ongeveer 80 belangrijke werken, waaronder delen van het beroemde Telephosfries uit het altaar (origineel en een reconstructie gemaakt met AI die de ontbrekende en verloren gegane beelden opnieuw invult). Deze werken geven een inzicht in de kunst en cultuur van het oude Pergamon. Naast de historische artefacten, biedt de tentoonstelling ook verschillende installaties en nieuwe tekeningen van Asisi.

Je stap als het ware binnen in het jaar 129 na Chr. en ontdekt Pergamon tijdens de Romeinse keizertijd. Het panorama biedt een schitterend uitzicht op de stad, compleet met levendige details en historische nauwkeurigheid. Door het spel van licht en geluid krijg je de stad te zien van bij het ontwaken in de vroege ochtend tot diep in de nacht.

Het is behoorlijk indrukwekkend om als het ware in een reusachtige kijkdoos binnen te stappen en op verschillende niveaus halt te houden en om je heen te kijken, terwijl je langs alle kanten omgeven wordt door het beeld van een levendige stad uit de oudheid. De detailgraad is erg groot en het subtiele klank- en lichtspel maakt de beleving nog sterker.

Na de restauratie en heropening breng ik met plezier een bezoekje aan het Pergamommuseum, maar het Panorama was voor nu zeker een mooie vervanger.

Alle praktische info over Das Panorama lees je hier: https://www.smb.museum/museen-einrichtungen/pergamonmuseum-das-panorama/besuch-planen/adresse/
Wil je meer te weten komen over het Pergamommuseum, lees dan verder op deze pagina.

Musea in Berlijn (deel 1) – Neues Museum

Berlijn telt heel wat musea en voor de bekendste hoef je zelfs niet ver te lopen, want die liggen allemaal bij elkaar op het Museuminsel (of het museumeiland) in de rivier de Spree. Het is zelfs één van de belangrijkste museumcomplexen ter wereld en staat sinds 1999 op de werelderfgoedlijst van UNESCO. Zonder een museum binnen te lopen, is deze plek dus al de moeite van een bezoekje waard wanneer je in Berlijn bent 😉

Wij deden een beetje van beide: liepen rond in de omgeving van het Museuminsel en gingen ook hier en daar eens binnen, zij het beperkt omdat we ook gewoon graag buiten rondlopen om een stad te ontdekken 🙂

Neues Museum 

Het Neues Museum is vooral bekend voor zijn uitgebreide Egyptische tentoonstelling en de papyruscollectie, maar bevat ook het Museum voor Prehistorie en Vroege Geschiedenis en de Collectie Klassieke Oudheden.

Boeiend hoe trouwens nieuwe delen geïntegreerd werden in het bestaande gebouw en er oude, door de oorlog beschadigde muren mee opgenomen werden in dat nieuwe geheel zonder ze te verbergen. Ook het museumgebouw zelf vertelt op die manier een verhaal.

De Egyptische tentoonstelling en vooral de 3.000 jaar oude buste van de Egyptische koningin Nefertiti is een van de meest populaire bezienswaardigheden van Berlijn (van die laatste mag je trouwens geen foto nemen en daarover wordt heel streng gewaakt). Het is echt een uitgebreide en mooie collectie waardoor je je soms afvraagt wat er nog overgebleven is van mooie stukken in Egypte zelf wanneer je ziet hoeveel moois hier ligt.

Na de uitgebreide Egyptische collectie deden we ook de rest van het museum dat zeker even interessant, boeiend en verrassend was. We zagen er o.a. echt mooie juwelencollecties en een wel heel bijzonder, trompetachtig instrument uit lang vervlogen tijden dat ik nog nooit gezien had. Ook over de ‘goldene Hüte’ uit de Bronstijd had ik nog nooit iets gelezen of gehoord, maar blijkbaar zijn ze enorm zeldzaam en is er maar heel weinig over bekend, dus misschien is dat niet zo verrassend 😉
Ook leuk was de reactie van Maya die als student diergeneeskunde plots op een heel andere manier naar skeletten kijkt en meteen begon te zoeken naar wat ze al/nog kende en waarover ze een extra woordje uitleg kon geven.

Uiteindelijk liepen we toch een aantal uren rond in het museum en we zijn zeker niet bij elk infobord blijven staan om het te lezen. Wat ons betreft zeker een aanrader wanneer je van Egyptische kunst houdt, maar ook de andere collecties waren meer dan de moeite.

Alle praktische info over het Neues Museum lees je hier: https://www.smb.museum/en/museums-institutions/neues-museum/home/

Schloss Charlottenburg

Als je van paleizen houdt, dan moet je in Berlijn zeker een bezoekje brengen aan Schloss Charlottenburg. Het stamt uit de tijd van Pruisische vorsten en werd gebouwd eind 17de eeuw in opdracht van Sophie Charlotte, echtgenote van keurvorst Frederik III die later koning van Pruisen zou worden. Het slot was oorspronkelijk bestemd als zomerhuis voor Sophie Charlotte, later (na haar dood) zou het worden uitgebreid met een orangerie, de kenmerkende koepel en nog later met een volledig nieuwe oostelijk vleugel. 

De paleistuin is eigenlijk een groot publiek park van 55 hectare dat vrij toegankelijk is en graag gebruikt wordt door de Berlijners om te wandelen, de hond uit te laten, te joggen, te picknicken, … Omdat het er later op de dag nog regen voorspeld werd, verkenden wij eerst het park.
Direct achter het paleis liggen de barokke tuinen in Franse stijl, de eerste barokke tuin in Duitsland die naar Frans voorbeeld werd aangelegd. Het achterste gedeelte van het park is net het tegenovergestelde. Hier vind je kronkelweggetjes, een natuurlijk grasveld en hoge bomen, veel meer Engelse stijl.

In het natuurlijker deel van het park hadden we een onverwacht leuke ontmoeting met hongerige en vooral nieuwsgierige eekhoorntjes en koolmeesjes. Het zorgde ervoor dat we ons een hele tijd lieten entertainen en probeerden deze vliegensvlugge diertjes op foto en film vast te leggen. Een superschattige terriër kwam een de idylle verstoren, al was het beestje zelf eigenlijk ook een streling voor het oog en uitermate gehoorzaam. Maya maakte tientallen foto’s, ik deed een poging om filmpjes te maken met mijn smartphone.

Met een brede glimlach op ons gezicht gingen we verder op verkenning.
In het park staan verschillende bouwwerken. Halverwege de tuin staat een mausoleum met een kleine zuilengalerij. Hier vind je de tombes van koning Friedrich Wilhelm III, keizer Wilhelm I en hun echtgenotes. Met een algemeen toegangsticket voor het paleis mag je ook hier een kijkje binnen nemen. Het gebouw is sober aan de buitenkant, maar toch behoorlijk indrukwekkend ingericht aan de binnenkant.

 Aan de noordoostzijde van de tuin, langs de rivier de Spree, staat ook nog het Belvedere. Een paviljoen dat deed dienst als vakantieonderkomen, theehuis en in tijden van oorlog ook als uitkijktoren. Dat zag er echter gesloten uit en dus liepen we maar weer verder want er was uiteindelijk nog een volledig kasteel te bezoeken 😉

Tijdens de Tweede Wereldoorlog werd het slot vrijwel volledig vernietigd, maar intussen is het volledig opnieuw heropgebouwd. De inboedel ging echter ook verloren en wat je nu ziet, is dus niet meer origineel. Dat betekent echter niet dat het niet mooi is, wel integendeel. Je hebt niet veel verbeelding nodig om je even een prins(es) of koning(in) te wanen terwijl je door de gangen wandelt en van kamer naar kamer gaat. Prachtige houten vloeren, mooie wandbekleding, imposante luchters, indrukwekkende hoeveelheden zilverwerk, porselein en een kamer die volledig volgepropt is met Delfts blauw. In de grote zalen kon heel wat volk ontvangen worden voor een stevig feestje en kon je een blik op de (Franse) tuin werpen.

Als afsluiter gingen wij nog even naar de taverne in de orangerie. Een eenvoudige taverne met deels zelfbediening en een ietwat bohemien inrichting, misschien niet meteen wat je zou verwachten bij een paleis, maar wel verrassend gezellig (allen jammer dat we de zon moesten missen). We gingen elk voor een koffie of thee en een ander stukje gebak, en ze waren alle drie erg lekker 🙂