Hotel d’Hane-Steenhuyse

In de Veldstraat staat een prachtig stadspaleis waarvan veel voorbijgangers wellicht niet eens weten dat het er is: Hotel d’Hane-Steenhuyse.
Recent volgden wij een korte rondleiding van ongeveer een uurtje in deze verborgen parel van mijn geliefde Gent.

Doordat het paleis generaties lang in de handen van dezelfde familie gebleven is, is er heel wat bewaard gebleven. Pas begin jaren 80 van vorige eeuw werd het paleis verkocht aan de stad. In de jaren 90 werden belangrijke restauratiewerken uitgevoerd. Het pand was immers opgesplitst geworden en gedurende ongeveer 100 jaar deels in gebruik als apotheek. In het paleis was toen een muur gebouwd op de verschillende verdiepingen en de monumentale trappenhal werd verplaatst. Tijdens de restauratiewerken werd de oorspronkelijke situatie in ere hersteld.

IMG_1565 IMG_1570

Onze gids vertelde honderduit over de geschiedenis van het gebouw, de families die er woonden en hoe het gebouw was ingericht. We liepen door chambres en antichambres, langs monumentale trappen en verborgen diensttrappen, zagen prachtige muurbekleding (papier, zijde, fluweel) en zelfs een heuse balzaal met een schitterend parket.

Op de muren was nog authentiek behang terug te vinden (of er waren gedetailleerde bronnen op papier zodat een authentieke restauratie mogelijk was) en een deel van het meubilair dat mee verkocht werd aan de stad dateert zowaar nog uit de 18de eeuw (zelfs nog met originele zijden bekleding).

Oh ja, wie zich afvraagt waarvoor de ‘stoffen worstjes’ dienen? Dat was het touw waarmee de bel voor de persoonlijke dienstmeid werd geluid (die een kamertje had vlak boven het appartement van de vrouw des huizes).

Het was een heerlijke ervaring en een unieke kijk op de leefwereld van toen.
Zelf ook zin gekregen om het gebouw een bezoek te brengen? Dat kan!
Bezoek de website voor meer praktische info.

 

Midzomervertellingen 2016

Al voor de tiende keerde gingen in het Citadelpark de Midzomervertellingen door. In de namiddag verhalen voor het jonge publiek, ‘s avonds een aangepast programma voor de volwassenen.
Aangezien het voorbije weekend de nichtjes op bezoek waren en de regen op zondag eindelijk plaats maakte voor een straaltje zon, trokken we samen naar het park. De regenjassen en extra dekentjes tegen de koude bleken uiteindelijk niet nodig. De meisjes luisterden met veel plezier naar de verhalen van de aap en de krokodil, over het winterkoninkje en hoe het aan zijn naam kwam, over de kip die tomaten legde en over het meisje dat zo graag pannenkoeken at.
Het werd zowaar een heel fijne namiddag; de vertellers hebben dat andermaal prima gedaan!

WP_20160619_15_29_28_Pro

Kapsels uittesten – vlechtwerk

Maya heeft lange lokken die ze meestal in een (gewone) vlecht draagt en soms in een paardenstaart. Eén vlecht of twee vlechten (wanneer er zwemmen op het programma staat) heeft ze het liefst omdat er dan minder knopen in haar haren zitten. Veel borstelen daar houdt ze niet zo van en een kam vindt ze verschrikkelijk. Invlechten dat deden we wel eens in het weekend, maar dat was het verder eigenlijk wel op kapselvlak.

Het laatste jaar wordt er echter al eens vaker iets nieuws uitgeprobeerd. Enerzijds is dat wellicht te wijten aan het feit dat vlechten, in alle mogelijke (en onmogelijke) varianten, plots wel erg hip lijkt te zijn. Op school en in de sportclub zijn er heel wat meisjes die elkaars haren onder handen nemen. Anderzijds mag Maya deze zomer bloemenmeisje zijn op het huwelijk van haar meter en daar wil ze wel graag een bijzonder kapsel voor. En dus mogen de haren niet geknipt en ‘mag’ mama al eens iets uitproberen.

Pinterest en YouTube bieden inspiratie alom (of wanhoop omdat ik nooit dergelijke spectaculaire kapsels ga kunnen produceren) 🙂 Gelukkig heeft dochterlief een eerder sobere smaak en zijn die super speciale kapsels niet aan haar besteed (oef).
(In)vlechten (Frensh braid) en omgekeerd (in)vlechten (Dutch braid) dat begint intussen aardig te lukken. Eén vlecht in het midden, 2 vlechten met een zo recht mogelijke middenstreep of één schuine vlecht, dat heb ik al allemaal uitgetest.

In een rondje vlechten probeerde ik al eens uit maar daar moet ik nog op oefenen zodat het resultaat er iets netter uit ziet. Of verschillende vlechten laten samenkomen tot één dik exemplaar (ook hier nog wat beter leren verdelen). Wat er zeker nog op het oefenprogramma staat zijn watervalvlechtjes.

     WP_20160503_19_54_07_Pro                        WP_20160417_13_36_50_Pro

WP_20160417_13_36_57_Pro

Een topvlechter zal ik wellicht niet worden maar tussendoor maakte ik al een achternichtje met stijl haar gelukkig met een vlechtkapseltje voor het communiefeest van haar broer 🙂

En als we het vlechten even moe zijn dan zijn er ook nog altijd andere opties :):)

Als er iemand nog andere kapseltips of -suggesties heeft (of goede tutorials), zet ze maar in de commentaren.

 

Ontspannen in de stad

De laatste tijd is het dagelijkse leven hier nogal druk en stresserend, zowel thuis als op het werk, en dat om diverse redenen. Slaap en ontspanning zijn twee dingen die ik dan wel eens wat ontbeer. Nochtans weet ik maar al te goed dat dit niet gezond is, zowel lichamelijk als mentaal. En dus probeer ik mijzelf te dwingen om daar aan te werken. Regelmatig op tijd proberen gaan slapen, blijven focussen op zaken die goed lopen, op zoek gaan naar het mooie in de dagdagelijkse dingen (kleine gelukjes voor het hart en het gemoed), toch even een pauze nemen en een boek lezen op een bankje in de zon, een wandeling in de stad, …

Op zaterdagmiddag trokken we met de fiets richting stadscentrum. Onder de Gentse stadshal ging de jaarlijkse modeshow van het VISO door. We wisten eigenlijk niet goed wat we konden verwachten maar namen plaats in de stoelen (langs de zonnekant, kwestie van geen last te hebben van de koele wind) en wachtten op wat komen zou. Het werd een knappe, professionele show van anderhalf uur. Het moet gezegd, we waren toch wel onder de indruk, zowel van de organisatie als van de realisaties die de studenten van de verschillende jaren presenteerden. Er zit duidelijk heel wat talent op het VISO. Ik probeerde met mijn telefoon enkele beelden te maken maar mooiere foto’s en close-ups vind je op de blog van Max Van Hemel.

Na de modeshow staken we ‘the green’ over en brachten een bezoekje aan Caffè Rosario. Het was al even geleden, maar we werden er opnieuw hartelijk ontvangen door Fabio, die trouwens nog steeds wist wat Maya’s favoriete drankje was! Het werd voor haar dus opnieuw een Night Dreams (warme melk met chocoladedruppels, slagroom en marshmellows), haar papa verkoos een Sweet Vanilla (cappuccino met vanille) en ik ging deze keer voor een Caffe Rosario Special, een latte macchiato met stukjes karamel, karamelsiroop, slagroom en nootjes (die stukjes karamel waren echt yummie).

WP_20160528_16_44_58_Pro

Daarna relax terug met de fiets naar huis. Soms kan het leven even zen zijn ….

Restjeskoken

Ik doe dat eigenlijk wel graag, zo wat prutsen in de keuken en met restjes eten een maaltijd op tafel toveren. Vaak is dat dan een beetje in buffet- of tapasvorm, want volwaardige porties zijn het niet altijd maar dat is eigenlijk net het leuke er aan.
Restjeskoken is vaak ook snel koken want sommige restjes zijn al gekookt en moeten gewoon even opgewarmd of gebakken, andere hoeven zelfs niet gekookt te worden.

Een aantal ingrediënten zijn altijd handig om in huis te hebben om van restjeskoken een volwaardige maaltijd te maken:
– eieren, in een wip maak je een roerei of omelet die je kan pimpen met allerlei restjes
– spekblokjes, voor de niet-vegetariërs heb je snel een kleine ‘vleestoets’, bv heel lekker als topping in een slaatje (een slaatje dat ook uit allerlei restjes groente kan bestaan)
– yoghurt: ideaal om een dressing te maken, wat aanvullen met verse of gedroogde kruiden en eventueel een lepeltje mayonaise toevoegen
– kaas: mascarpone of parmezaan zijn ideaal om snel een warm sausje te hebben bij bv een restje pasta, ook heel lekker om (een restje) puree te pimpen trouwens; jonge kaas of geitenkaas zijn dan weer ideaal om slaatjes of couscous een extra dimensie te geven
– noten en gedroogde vruchten: ook ideaal om slaatjes net dat extra beetje meer te bezorgen, enkele overgebleven aardbeien in stukjes doen het super in een slaatje (wel snel opeten en niet bewaren tot een volgende dag want dan worden ze vaak een beetje papperig)

WP_20160519_19_02_12_Pro

Restjeskoken kan hier meestal op enthousiaste reacties rekenen, het zorgt voor een gevarieerd menu op tafel met heel wat verschillende smaken én je zorgt ervoor dat er minder voedsel verloren gaat. Alleen maar pluspunten dus 🙂
Hoe verwerk jij de voedselrestjes in de keuken? Geef gerust suggesties in de commentaren.

 

Voorjaarstentoonstellingen in het SMAK

Op Pinksterzondag hadden we een beetje tijd vrij in de voormiddag (na de middag moest ik nog voor het werk richting Sint-Gillis-Waas).
Met de slaap nog wat in onze ogen en ons hoofd reden we na het ontbijt richting SMAK. Er was – zoals wel vaker op zondagvoormiddag wanneer Gentenaars vrije toegang hebben tot het museum – veel volk aanwezig. Momenteel kan je er nog tot begin juni terecht voor de bijzondere tentoonstelling van Rinus Van de Velde en de retrospectieve van Michael Buthe.

De negen houtskooltekeningen van Rinus zijn geïnspireerd op het boek Donogoo Tonka. Het boek vertelt het verhaal van een wetenschapper die doet alsof hij een oude stad ontdekt heeft. Rinus tekent zichzelf als acteur in een ingebeelde kunstenaarsbiografie. De basis voor zijn tekeningen zijn echte decors waarvan hij foto’s neemt met zichzelf in dat decor. Een aantal van die decorstukken staan ook opgesteld in de zaal en versterken de sfeer van de tekeningen en ‘triggeren’ de fantasie van de (jonge) bezoeker.
Om alle teksten te lezen was het er eigenlijk te druk maar ik had er ook niet meteen nood aan. Ik keek naar de grote houtskooltekeningen, de verschillende tinten zwart, de vele details… Hoe langer je naar de tekeningen kijkt, hoe meer details je gaat ontdekken. Plots viel ons oog bv op één van de tekeningen waarop we de boekentoren en het hoekgebouw aan de Rozier ontdekten. Ook de tekening met louter planten/oerwoud vond ik wel bijzonder.

Vervolgens namen we ook nog een kijkje bij Michael Buthe waarvan momenteel een retrospectieve loopt. Deze Duitse artiest (1944-94) maakte textielwerken, tekeningen, schilderijen, assemblagesculpturen, foto’s, collages, dagboeken en films. Zijn twee enige bewaard gebleven installaties vormen ankerpunten in deze tentoonstelling: Taufkapelle mit Papa und Mama (1984) en Die heilige Nacht der Jungfräulichkeit (1992). Al in 1984 zette Buthe een uitgebreide presentatie op in het Museum van Hedendaagse Kunst, de voorloper van S.M.A.K. De installatie Taufkapelle mit Papa und Mama werd voor deze gelegenheid gecreëerd en is tot op vandaag een belangrijk werk in de museumcollectie.

WP_20160515_11_40_57_Pro

Ik moet bekennen dat ik de artiest niet echt kende. Ik wandelde door de verschillende zalen en liet me verrassen. De meeste werken zou ik nu niet meteen in huis willen halen, maar sommige konden me op een bepaalde manier toch wel bekoren. Met moderne kunst heb ik dat eigenlijk wel vaker, maar dat terzijde 🙂
Maya leefde zich uit door met mijn reflexcamera aan de slag te gaan. De foto’s hierna zijn dan ook van haar hand. Ik vond het wel fijn om vast te stellen dat ze met de camera in de hand op een andere manier gaat kijken naar de kunstwerken, meer in detail, op zoek naar elementen die haar aanspreken om de een of andere reden. Maar omdat smaken nu eenmaal verschillen, laat ik de lezer/kijker liever zelf een oordeel vellen (een oordeel dat je ook gerust mag delen in de commentaren trouwens).

En om af te sluiten nog gauw iets gedronken in de heropende cafetaria.

WP_20160515_12_02_53_Pro

 

Praktisch:
Rinus Van de Velde en Michael Buthe nog tot 5 juni 2016 in het SMAK in Gent.
Alle verdere info lees je op hun website.

Sweet cooking

Het was lang geleden dat ik nog eens een kookboek uit de kast haalde. Complexe recepten met veel handelingen of a-typische ingrediënten zijn sowieso niet aan mij besteed. Ik zocht een dessertje dat de huisgenoten kon bekoren en dan kom ik al snel in het departement chocolade terecht. Ik besloot het recept voor chocoladepudding uit te testen uit “Delicious, 60 x zoete gerechten” een boekje dat samen met 2 andere voor mij nog onder de kerstboom lag.

WP_20160516_17_04_54_Pro

Alle ingrediënten waren beschikbaar en het recept leek vrij eenvoudig, Maya kon rustig meehelpen.
De eerste keer maak ik meestal een recept volgens de richtlijnen, kwestie van daarna te kunnen aanpassen indien nodig of wenselijk.

Voor 4 tot 6 personen

Wat heb je nodig?
60 g boter
125 ml melk
1 tl vanille-extract
165 g fijne kristalsuiker
150 g zelfrijzend bakmeel (gezeefd – ik geef toe dat ik daar meestal beetje lui in ben)
2,5 el cacao (gezeefd) + extra om te bestuiven
185 g bruine basterdsuiker
geklopte slagroom of mascarpone, voor erbij

bakvorm van 1,5 l inhoud (ingevet of een siliconevorm wat ik net zo handig vind)

Hoe ga je te werk?
Verwarm de oven voor op 180°C
Smelt in een pan de boter in de melk (op laag vuur). Klop er de vanille, kristalsuiker, bakmeel en 1 1/4 eetlepel cacao door tot het mengsel glad is. Verdeel het in de bakvorm.
Roer de basterdsuiker en de overgebleven 1 1/4 eetlepel cacao in een schenkkan met 500ml kokend water tot de suiker is opgelost en giet dit voorzichtig over het beslag in de vorm.
Zet de vorm 35-40 minuten in de oven tot de bovenkant stevig is. Laat nog 5 min. rusten.
Bestuif het gerecht met de extra cacao en serveer met de opgeklopte slagroom of mascarpone.

Het verdict
In mijn bakvorm stond nog heel wat vloeistof, toch leek me het mengsel stevig gebakken. Ik besloot de pudding dus maar uit de oven te halen en te serveren.
Pudding lijkt me trouwens een ietwat eigenaardige naam voor dit recept: het is meer een soort van spongecake waarover je kandijsaus schept.
De wederhelft was verbaasd dat er eigenlijk geen chocolade te pas komt aan dit recept maar het smaakte hem toch wel (er werd nog een tweede portie opgeschept).
Persoonlijk vind ik het recept (veel) te zoet (eigenlijk had ik dit al kunnen afleiden uit de hoeveelheid suiker in de ingrediëntenlijst). Bij een volgende bereiding zou ik wellicht de hoeveelheid witte suiker gewoon weglaten of heel sterk verminderen.
Door de warmte van het gebak smolt de opgeklopte room snel weg, dat doet niets af aan de smaak maar fotogeniek is het niet 😉

WP_20160516_16_07_36_Pro

Slotsom: niet slecht maar ik blijf toch grotere fan van mijn eenvoudige chocolademousse 🙂

Sterrenwacht Armand Pien

Onze vriendenkring op het werk organiseert zo nu een dan een bezoekje of een activiteit na de werkuren. Dit voorjaar trokken we naar mijn oude studentenbuurt (omgeving van de Blandijn), meer bepaald naar de Gezusters Lovelingstraat voor een bezoek aan de sterrenwacht Armand Pien. We kregen een boeiende toelichting over de aarde, de maan, de planeet Mars en de toekomst van de ruimtevaart voor de komende jaren door een oud-collega van ons.
Daarna volgde een rondleiding in de oude volkssterrenwacht die de naam van onze meest bekende weerman ooit draagt. Het is trouwens (mede) dankzij Pien dat elke provincie over een volkssterrenwacht beschikt en dat deze sterrenwacht in zijn oude glorie hersteld werd.

Sinds 1907 beschikt de Universiteit Gent over een sterrenkundig en weerkundig observatorium. Dit observatorium ligt in het universitaire gebouwencomplex tussen de Jozef Plateaustraat en de Rozier en bestaat uit een aantal lokalen, een meteorologisch grasveld en een observatiekoepel. Het geheel is verspreid over drie verdiepingen en bevindt zich een 40-tal meter boven de grond. Daardoor is het weerkundig grasveld, dat aangelegd is op het dak van de lokalen, meteen ook het hoogst gelegen grasveld van Gent en omgeving.
Vanuit de omgeving zijn de lokalen van het observatorium niet te zien, alleen de groene koepel bovenop het observatorium kan vanop de straat worden waargenomen. In deze koepel staat nog steeds het oorspronkelijke pronkstuk van het observatorium : een 23-cm Steinheil-Cooke telescoop uit 1880, een erfstuk van Desiré van Monckhoven (waarvoor de universiteit heel wat geld neertelde).

Club103_Bezoek volkssterrenwacht_010 (Medium)

Club103_Bezoek volkssterrenwacht_008 (Medium)                      Club103_Bezoek volkssterrenwacht_011 (Medium)

Na de Eerste wereldoorlog werd de aandacht verlegd van de observationele naar de theoretische sterrenkunde. Op het einde van de jaren zestig werden plannen gemaakt voor de uitbreiding van de universiteit. Toen werd besloten om o.a. het Sterrenkundig Observatorium over te brengen naar de nieuwe gebouwen op de campus van De Sterre, wat in het begin van de jaren zeventig effectief gebeurde. Een betreurenswaardig gevolg hiervan was dat het oude observatorium verwaarloosd werd. Op het einde van de jaren tachtig werd de toestand kritiek : twintig jaar leegstand had zijn tol geëist, en restauratie of renovering waren dringend nodig om het te redden. Eind februari 1993 werden de werken aan het gebouw aangevat, die halverwege 1995 beëindigd werden. In november 1995 kregen de Vrienden van de Oude Sterrenwacht officieel het gebruik van de lokalen toegewezen. Als nieuwe benaming voor het observatorium werd gekozen voor ‘RUG Volkssterrenwacht Armand Pien’.

Ik ga in elk geval zeker nog een keertje terug. Zelf ook zin gekregen om eens een kijkje te nemen?
Elke woensdagavond vanaf 20h is de Volkssterrenwacht open voor het publiek (uitgezonderd feestdagen, raadpleeg de Kalender).
Reserveren is niet nodig en toegang is gratis! Bij helder weer kan je naar de sterren en planeten kijken door de telescopen, begeleid door deskundige medewerkers. Je kan het weerstation bezoeken en genieten van een uniek zicht op Gent vanaf het dakterras. Elke woensdagavond is er ook minstens één 3D voorstelling.
De meeste info in deze blogpost nam ik over van de website van de volkssterrenwacht (kwestie van geen foute informatie neer te schrijven). Je leest er trouwens nog veel meer informatie.