Izegem, Eperon d’Or

Op Open Monumentendag trokken wij van Waregem naar Izegem voor een bezoekje aan de schoenen- en borstelfabriek Eperon d’Or en ‘en passant’ pikten we nog even de oude elektriciteitscentrale ernaast ook mee.

Eperon d’Or biedt een overzicht van 140 jaar schoenmode (ruwweg afgebakend van 1830 tot 1970) aan de hand van de Izegemse nijverheid. Het museum vertelt het verhaal van de opkomst, de evolutie en de neergang van deze nijverheidstak in de Pekkersstad.

In de borstelafdeling kun je topstukken van Izegems fabricaat  bewonderen uit de periode tussen 1870 en 1950. In die jaren werden er heel wat echte kunstwerkjes gemaakt, dikwijls met de meest exotische materialen.

In de voormalige fabriekshal staan nog diverse oude machines en attributen.

Het oude gebouw kreeg naar mijn mening best een mooie facelift.

En van het ene bedrijfsgebouw trokken we naar het andere.

Wist je dat de grootst bewaarde stoommachine van het land in Izegem staat? Je ontdekt het verhaal in het museum Stoom en stroom, naast de site van Eperon d’Or.
Op het eind van de 19de eeuw liet het stadsbestuur een eigen centrale bouwen om Izegem te kunnen voorzien van stroom. De toenmalige prins Albert kwam de centrale persoonlijk inhuldigen in 1901. De eerste jaren verliepen moeizaam (enkel de rijke families konden zich immers in die periode stroom veroorloven). De installatie werd echter gestaag uitgebouwd en in 1936 kwam de kolos van 110 ton erbij die je vandaag de dag nog steeds kan bewonderen. (De andere machines werden helaas als oud ijzer verkocht.)

Alle praktische info over beide musea lees je op hun website.

Villa Gaverzicht – Waregem

Op Open Monumentendag dit jaar trokken wij richting West-Vlaanderen. Onze eerste stop van de dag was Villa Gaverzicht in Waregem, een private woning, gebouwd door architect Gentiel Van Eeckhoute, eind jaren ’30 van vorige eeuw. Het werd een unieke art deco villa en meteen één van de meest opvallende én meest luxueuze huizen van zijn tijd met een eigen badkamer en centrale verwarming., iets wat in de jaren 1940 in minder van 10% van de Vlaamse huizen aanwezig was.

Het gebouw werd enige tijd geleden verkocht en de nieuwe eigenaar heeft het met de nodige zorg in zijn oude glorie hersteld. Een unieke kans dus om dit gebouw eens met een bezoekje te vereren en we waren duidelijk niet de enigen die er zo over dachten want het was er op de koppen lopen (waardoor het ook moeilijk was om foto’s te nemen wegens amper plaats binnen om veel te bewegen of lang te blijven staan).

Villa Gaverzicht is een typevoorbeeld van modernistische interbellumarchitectuur. De woning bestaat uit verschillende gekleurde volumes die als blokken in elkaar passen. De basiskleuren zijn oker en aardekleuren, typisch voor het modernisme, blauw, groen, zwart en wit moeten ervoor  zorgen dat het geheel niet zwaar over komt. Nieuw is ook het gebruik van gewapend beton waardoor grote glaspartijen mogelijk worden. Met halfronde erkers, metalen relingen op het dak en ronde ramen past deze woning in de zogenaamde pakketbootstijl.

Binnen is er een duidelijk onderscheid tussen de dienstruimtes (beneden, half ondergronds) en de woonvertrekken. Deze laatste zijn meestal heel decoratief afgewerkt en ingericht met meubilair dat door de architect zelf ontworpen was.

Eén van de blikvangers is de volledig in oorspronkelijke staat herstelde badkamer. Deze ruimte, inclusief het plafond, is volledig bekleed met groenachtig marbrietglas.
Bijzonder weetje: deze badkamer deed ooit dienst als decor voor de LP ‘Jonge Helden’ van Arbeid Adelt (met Marcel Vanthilt).

Het bureau met een kleurrijk glas-in-lood-raam en verschillende op maat gemaakte kasten, de inkomhal en de ontvangstruimtes werden ook allemaal ontworpen door Van Eeckhoute zelf. Toch wel erg knap!

Een extra speciale ‘verborgen parel’ bevindt zich op het dak, maar moet in de komende jaren nog hersteld worden, een ‘zwembad’! De met water gevulde uitsparing op het dak moest als tegengewicht dienen voor de betonnen luifel boven het terras. Doordat deze luifel niet op zware pijlers steunt, bestaat immers het risico op verzakking. Toch wel een gewaagd ontwerp voor die tijd!

Meer over deze getalenteerde architect lees je op de inventaris van onroerend erfgoed.

 

Loirestreek – Kasteel van Cheverny

Na een schitterend weekje aan de Azurenkust deze zomer trokken we terug in twee etappes richting België. We maakten deze keer een tussenstop in de Loirestreek en logeerden in Amboise. We maakten nog een korte wandeling door de stad, bekeken het kasteel van Amboise aan de buitenkant en aten er een hartige pannenkoek als avondmaal. Doordat er in het hotel immers net twee groepen waren aangekomen die een avondmenu hadden besteld, konden wij pas na 21u iets eten in het hotel en dat vonden we een beetje laat. Een van de gesuggereerde eethuisjes in het centrum vormde echter een prima alternatief 🙂

De volgende ochtend genoten we andermaal van een zeer uitgebreid ontbijtbuffet in een ontbijtzaal met een prachtig zicht op de omgeving, alleen al daarvoor zou ik hier gerust nog eens willen logeren 😉
Alvorens echt naar huis te vertrekken, reden we naar Cheverny voor een bezoek aan het kasteeldomein. Bij het kasteel zijn twee ruime parkings om de vele bezoekers te ontvangen, op dat vlak zeker geen problemen 😉 Omdat we kort na openingstijd aankomen, moeten we niet lang aanschuiven om een ticketje te kopen. We starten onze wandeling doorheen het prachtige kasteel en genieten.

De markies Philippe Hurault de Vibraye was trouwens één van de eerste kasteeleigenaren die de noodzaak inzag om historische woningen open te stellen voor het publiek en daar ondertussen te blijven wonen om de tradities te handhaven. De huidige bewoners zijn afstammelingen van de Huraults. Hun appartementen bevinden zich in de rechtervleugel.
Het kasteel is alle dagen open en sloot zijn deuren slechts 3 maal sinds de opening in 1922: het bezoek van de koningin-moeder in 1963, de uitvaart van markies van Vibraye in 1976 en met het huwelijk van de huidige eigenaar in 1994.

Het kasteel is één van de meest gekende uit de Loirestreek, o.a. omdat het model stond voor kasteel Molensloot uit de albums van Kuifje. Hergé nam de buitenste vleugels niet over in zijn tekeningen, maar voor de rest is het kasteel bijna identiek. Sinds juli 2001 is er een permanente expositie over Kuifje. Tijdens ons bezoek was er trouwens nog een leuk project: een Lego-expositie. In verschillende kamers werden de fabels van La Fontaine uitgebeeld in Legoblokjes, heel knap gedaan en een fijn extraatje voor groot en klein. Hier en daar trouwens ook nog andere elementen in Lego: in de keuken een verwijzing naar Ratatouille, in enkele salons grote portretten in mozaïekstijl nagebouwd met massa’s kleine blokjes.

Rond het kasteel is een tuin met een kennel met ongeveer 50 jachthonden. Iedere dag om 15.00 u krijgen de honden eten, waarbij getoond wordt hoe gedisciplineerd ze zijn. Nadat het eten is neergelegd, moeten ze wachten op het signaal voordat ze het mogen opeten. Het is er wel vaak nogal druk want de meeste bezoekers willen de dieren graag van dichtbij op de foto zetten.
Ook de tuin is de moeite om te bekijken en in een van de bijgebouwen kan je terecht voor een drankje en een hapje of zelfs een picknickmand. Wij picknickten niet op het kasteeldomein maar op het dorpspleintje waar het ook gezellig toeven was.

Het kasteel van Cheverny was voorwaar een hele fijne afsluiter van een geslaagde zomervakantie in la douce France (en de laatste Frankrijkpost in deze reeks).

Ook zin gekregen om eens een bezoekje te brengen aan het kasteel? Meer info lees je op hun website.

Fréjus en Saint-Raphael

Tijdens ons verblijf aan de Cote d’Azur logeerden we in een erg aangenaam golfhotel met een groot zwembad (eigenlijk 2 zwembaden naast elkaar) en een heel ruim zonneterras. Via vroegboekkorting hadden we een mooie, grote kamer (een kleine suite, met gordijnpanelen om de ruimte in 2 te verdelen) voor een deftige prijs kunnen boeken. De ideale uitvalsbasis om na een uitgebreid ontbijt (meer dan keuze te over) op daguitstap te vertrekken en in de loop van de namiddag terug te komen voor een verfrissende duik in en wat lectuur aan de rand van het water. Het hotel lag in een rustige buitenwijk van Frejus, heel aangenaam wat ons betreft aangezien wij ons toch niet in het nachtleven smijten 😉

Bij het hotel ook een schattige eekhoorn die zich – mits enige moeite – liet fotograferen 🙂

‘s Avonds trokken we naar Frejus (Port) of naar Saint-Raphael voor een avondwandeling en een leuk restaurant. Beide stadjes lokken heel wat volk, het kan er dan ook behoorlijk druk zijn, zeker langs de promenade.
In Frejus was het gezellig tafelen op een centraal pleintje, in Frejus Port was het duidelijk een stuk drukker en zouden wij niet graag gelogeerd geweest zijn wegens niet zo’n fan van muziekbandjes op straat of – het gedacht alleen al – karaokebars :p

De vele restaurants leven uiteraard van de toeristen maar toch was de kwaliteit heel behoorlijk (toch in de zaken die wij bezochten) en de prijs redelijk, we hebben in België al slechter meegemaakt. Met het warme weer kozen we nogal vaak voor een verfrissende salade.

In Saint-Raphael besloten we de (toeristen)restaurants langs de drukke kustpromenade te vermijden en wandelden we nog even door het rustige centrum. De winkels waren al gesloten en het volk liep op de avondmarkt op de dijk.

Ons oog viel er op een klein Italiaans restaurant en mijn gevoel zei dat we hier moesten binnengaan. We troffen een echte Italiaanse familie waarbij we als enige klanten die avond werden bediend door 3 generaties vrouwen. Het werd een zalig etentje met pure ingrediënten, bereid met veel liefde. Achteraan in het restaurant bv een gigantische frigo vol charcuterie. Nog voor we iets besteld hadden, kregen we al een mandje brood en een plank vol uiterst fijn gesneden, verschillende soorten hesp en worst. Maya is geen grote vleeseter, maar deze stukjes verdwenen gretig in haar mond, ze waren dan ook niet te versmaden. Ook de salade caprese met ‘smoked’ mozzarella was heerlijk verrassend. De smartphonefoto’s zouden de gerechten oneer aandoen, u zult me dus op mijn woord moeten geloven. Wie ooit die richting uitgaat, deze plek is een echte aanrader 🙂

 

 

Cannes

Uiteraard kon een uitstapje naar het beroemde badplaats Cannes ook niet op ons reisprogramma ontbreken deze zomervakantie aan de Azurenkust 🙂
Cannes ligt vlakbij Nice en tijdens het jaarlijkse filmfestival wordt de stad overspoeld door wereldsterren. Uiteraard ook hier een jachthaven met luxevaartuigen, kleinere zeilboten en motorbootjes. Wij parkeerden opnieuw aan de rand van de stad en wandelden de volledige kustweg af (wat toch wel een aantal kilometer is), langs de befaamde Boulevard de la Croisette, helemaal naar Le Suquet, de oude stad.
Op een zeer prominente plaats aan de Boulevard de la Croisette staat het congresgebouw van Cannes waar ieder jaar het Filmfestival wordt gehouden.  Ze hebben er ook hun Walk of Fame (Chemin des Étoiles) met handafdrukken van beroemdheden (al was ik er eerst wel gewoon overheen gelopen zonder het te zien, en dan vergat ik er nog een foto van te maken ook, oeps).

Langs de Boulevard La Croisette liggen prestigieuze winkels en luxehotels zoals het Carlton, Martinez en Majestic. Wist je trouwens dat Cannes de enige Franse stad is met drie casino’s: Palm Beach, Casino Croisette en Casino Les Princes.
Toch een beetje bizar trouwens dat de al smalle strandstrook voor grote delen wordt ingenomen door de beachbars, strandrestaurants en chique ligzetels of -bedden van deze dure hotels waardoor er voor de hotelgasten eigenlijk nog nauwelijks zand te zien valt en je bijna letterlijk met je elleboog tegen je buurman of -vrouw zit wanneer je je drankje wil nemen of je boek wil neerleggen. Not our cup of tea.

Na de wandeling langs de kust gingen we ondanks de hitte toch voor een kort maar pittig laatste stukje omhoog naar Le Suquet, de oude stad met pittoreske straatjes en typische huisjes. We hadden ook het toeristentreintje kunnen nemen, zo bleek toen we boven waren maar hey, zo erg was het nu ook weer niet, alleen een beetje dorstig 😉
We genoten er van het uitzicht, waren best onder de indruk toen we heel in de verte het vertrekpunt van onze wandeling zagen en besloten in dit stukje van de stad even halt te houden op een terrasje (wat rustig, een stuk authentieker en uitermate aangenaam was).

Terugkeren deden we langs de Rue Meynadier: het voetgangersgebied en shopping-Walhalla in het centrum van Cannes maar neen, we gingen nergens binnen en hebben niets gekocht. Wij hadden gewoon zin in een duik in het zwembad van ons hotel 😉

Antibes – musée Picasso

Met onze French Riviera Pass bezochten we niet enkel de twee villa’s maar trokken we ook naar Antibes – Juan-les-Pins voor een bezoekje aan het Picassomuseum aldaar.

Het Musée Picasso Antibes is gevestigd in het kasteel Château Grimaldi. Het is gebouwd op de fundamenten van de oude Griekse stad Antipolis. Het is het eerste museum in de wereld gewijd aan Pablo Picasso, op 27 december 1966 werd het geopend.
In 1946 woonde Pablo Picasso zes maanden op het kasteel. Hij schonk later zelf enkele werken aan het museum, met name  De Geit en La Joie de Vivre. Jacqueline Picasso, zijn tweede vrouw, schonk nadien nog een reeks werken van hem aan het museum.

We parkeerden ons, opnieuw op een parking aan de rand van de stad, in de buurt van de jachthaven, en wandelden richting centrum onder een stralende zon. Op het kleine stukje zandstrand zaten en lagen al heel wat zonnekloppers.

Het museum legt vooral de focus op de na-oorlogse periode in het werk van de kunstenaar, zijn creaties van de jaren ’40. Ook van andere kunstenaars zijn er werken te zien. Op het moment van ons bezoek liep er ook een fototentoonstelling over Picasso, over zijn werk in zijn atelier, over filmopnames, … hele mooie zwart-wit beelden die een inkijk geven in het persoonlijke leven en werk van de kunstenaar. Persoonlijk vond ik dit wel het mooiste luik van het museum. Een intrigerend man met veel liefdes in zijn leven maar nu weet ik wel dat Picasso ook een dochter had die Maya heette (de blonde jongedame op de foto rechts onder) 🙂

In de kleine tuin ook enkele mooie beeldhouwwerken én een schitterend zicht op de omgeving, andermaal 🙂

Het museum is niet zo groot, op iets minder dan twee uur waren wij rond, maar het was zeker de moeite van een bezoekje waard. Ook de stad zelf is trouwens heel aangenaam om door te wandelen. Er hangt een gezellige sfeer, er zijn heel wat winkeltjes (en best veel patisserieën, waar je echter stevig betaalt voor een fancy taartje) en restaurantjes.

Dat je hier echt wel in een zuiders klimaat zit, merk je ook aan de plantengroei. Heel wat palmbomen, en zowaar ook oleanders in boomvorm naast de vele oleanderhagen die ik in deze streek al zag staan (het is eens iets anders dan een taxus- of een beukenhaag 😉 )

Zelf zin gekregen in een bezoekje aan h et Picassomuseum? Meer info lees je hier

 

1 september

Dit jaar was de zomervakantie toch net een beetje anders want per 1 september stond er een wissel van schoolpoort op het programma. Van de vertrouwde lagere school naar het nog onbekende humaniora.
Ondanks het feit dat ze in dezelfde schoolgemeenschap blijft, ze het nieuwe gebouw al deels kent (de refter, de sporthal, de tuin) en dat ze bijna al haar vriendinnen terug zal zien, bleef het voor Maya toch lang een harde noot om kraken. Gelukkig draaide in de loop van augustus haar negatieve stress (‘mijn kindertijd is voorgoed voorbij’) naar positieve spanning en nieuwsgierigheid.

De thuislevering van de stapel leer- en werkboeken, zo’n 11,5 kg papier, hadden een echt cadeautjeseffect. Blij begon ze met uitpakken, het doorbladeren en sorteren, het zoeken van bijpassende mappen en mapjes om de vele werkbladen in op te bergen, het overlopen van de lijst met overig aan te schaffen materiaal en te volgen aanbevelingen.
Omdat we nog heel wat mappen in onze kast liggen hadden, ging ik niet meteen een volledig nieuwe uitzet halen, maar keken we eerst hoe ver we daarmee kwamen (en dat was – zo bleek – vrij toereikend). Uiteraard moesten er ook nog wat andere spullen worden aangeschaft (vooral materiaal voor het vak plastische opvoeding) en mocht ze ook een rol leuk kaftpapier kopen. 
Meer dan één rol was niet echt nodig want met het grote aantal werkboeken (allemaal invulbladen, al geperforeerd en klaar om in mappen gestoken te worden) bleven er amper nog boeken over om gekaft te worden. Met veel plezier begon ik er dan ook aan. Ik doe dat dus echt wel graag: boeken kaften met een laagje papier en ze meteen al een extra beschermlaagje met kleeffolie geven ook (zeker wanneer het papier in kwestie nogal dun is en je dus sowieso al weet dat dit geen jaar heen en weer in een boekentas overleeft). Ondertussen zocht zij passende etiketten, schreven we overal al haar naam en het vak op (klas- en volgnummer kon dan na 1 september nog snel worden aangevuld) en pimpte zij haar tekenmap, kwestie van ze snel te herkennen 🙂 Wel nog geen idee hoe we die A3-kaft met de fiets naar school gaan krijgen.

Wat deden we verder nog in de aanloop naar 1 september:

*) haar kleerkast screenen, meer bepaald haar uniformkledij, maar ook daar gelukkig nog voldoende passende outfits beschikbaar om het schooljaar vlot te kunnen starten. Toch gemakkelijk zo’n uniform, nooit discussies of twijfel over wat ze gaat dragen 🙂

*) een nieuwe drinkfles kopen, eentje met een houdertje om infused waters te kunnen maken. Benieuwd hoe vaak er water met een smaakje mee zal gaan naar school maar het kan en de munt op het terras groeit goed dus op dat front alvast geen tekorten 😉

*) nog wat nieuwe receptjes uitgeprobeerd en opgezocht zodat de lunchbox net iets meer afwisseling kan krijgen en het niet gewoon elke dag 3 belegde boterhammen zijn. Voor de eerste schooldag (met picknick in klas om elkaar beter te leren kennen) alvast een restje couscoussalade, een paar boterhammen, huisgemaakte havermoutkoekjes, druifjes …

Intussen is die eerste schooldag achter de rug en die was geslaagd maar toch best zwaar zo bleek op het einde van de avond (een kleine emotionele ontlading vlak voor het slapen gaan). Na een goede nachtrust ging het echter al een stuk beter. Vlijtig las ze alle briefwisseling door die meegekomen was, werd de keukenkalender al aangevuld met evenementen en verlofdagen, werden er nog enkele bijkomende aankopen gedaan en legde ze alle lesmateriaal al klaar in mee te nemen stapeltjes voor de komende dagen. Maandag belooft een dag met zwaar geladen fietstassen te worden want naast 6 leervakken ook nog eens lichamelijke opvoeding (en dus turn- of zwemzak meenemen) en na school naar de ropeskipping (en dus nog wat extra sportgerief mee).

De dagelijkse routine zal er snel weer (moeten) zijn, zowel voor haar als voor mij 🙂

2 villa’s maar een wereld van verschil

Tijdens ons verblijf aan de côte d’Azur brachten we een bezoek aan twee villa’s (musea/bezienswaardigheden) maar elk van een totaal verschillende stijl.

Villa Kerylos in Beaulieu-sur-Mer stond het eerst op ons programma. De villa werd begin 20ste eeuw gebouwd door een Franse archeoloog naar antiek Grieks model (inclusief de inrichting en decoratie) maar voorzien van ‘hedendaags’ comfort zoals de nodige waterleidingen, elektriciteit en vloerverwarming. Het duurde ruim 6 jaar voor het gebouw afgewerkt was, en dat kwam wellicht niet door aannemers die het lieten afweten 😉

De villa is aan drie zijden omgeven door het water van de Middellandse zee en heeft daardoor nog meer gelijkenis met oude Griekse kusttempels. De inrichting is prachtig en rijkelijk: mozaïeken, muurschilderingen, ingelegd houtwerk, perfecte kopieën van antieke meubels, … buitengewoon, zeker als je weet dat de familie er ook effectief gewoond heeft tot de jaren ’60 van vorige eeuw. Nadien werd het een museum.

De villa is moeilijk (eigenlijk niet) met de wagen te bereiken, je moet je iets verder in het dorp parkeren. De kleine dorpsparking stond uiteraard vol, gelukkig ontdekten we een eind verder, bij de jachthaven, een grote parking (maar die stond dus niet aangeduid, ofwel hebben wij de wegwijzers gemist). Het was echter stralend weer, dus op zich geen enkel probleem om een eindje te wandelen en nog wat van de omgeving te genieten.

Bij de ingang, aan de voordeur van de villa, waar wij vaak een mat leggen, hier een mozaïek met kippen (een verwijzing naar de familie: vader, moeder, kinderen) en een warm welkom aan de gasten (‘xaipe’ betekent gegroet in het Grieks leert de brochure mij). Een peristilium met een zonnewijzer en de mooiste mozaïeken vloeren en fijne, kleurrijk beschilderde en ingelegde houten plafonds, uren tijd moet er gekropen zijn in het leggen ervan.

Ook de badkamers zijn behoorlijk indrukwekkend vond ik: een inloopbad (kamergroot zowat) beneden, boven een douche (mét verschillende sproeistanden) afgewerkt met marmer, een badkuip met wel heel decoratieve kranen, een bibliotheek/werkkamer om u tegen te zeggen, salons, … teveel om op te noemen en dan heb ik het nog niet gehad over het mooie zicht dat je door elk raam hebt.

Ook in de tuin allemaal aangepaste planten die hun betekenis hadden in de antieke Griekse cultuur en zoals gezegd, langs alle zijden schoon zicht.

Voor iedereen die een beetje houdt van antieke cultuur en mooie architectuur, een bezoekje om echt van te genieten. Je kan de villa individueel bezoeken maar er zijn ook regelmatig gegidste rondleidingen waarbij je kan aansluiten.

Na een lichte lunch in het oude centrum (waar ik trouwens een heerlijke vegan salad at) trokken trokken we naar de volgende villa, villa Ephrussi de Rothschild, ook wel villa île-de-France genoemd, in het nabijgelegen Saint-Jean-Cap-Ferrat. De gps stuurde ons heel even langs straatjes waarvan we met gekruiste vingers hoopten dat er geen tegenligger zou komen of geen wagen te ver van de kant geparkeerd zou staan want dan zaten we dik in de miserie. Gelukkig bleek dat niet het geval (en slaakten we een zucht van opluchting). Het domein Rothschild heeft een eigen parking maar ook daar is het toch even opletten geblazen want geen plaats op overschot.

Villa Ephrussi werd gebouwd tussen 1905 en 1912 door Barones Béatrice de Rothschild. Beide villa’s hebben trouwens een familiale link. Fanny Reinach, echtgenote van archeoloog Theodore Reinach die villa Kerylos liet bouwen, was een nicht van bankier baron Maurice Ephrussi, die getrouwd was met Béatrice de Rothschild (kan u nog volgen?) Geïnspireerd door de schoonheid van de Kerylosvilla en de omgeving besloot Béatrice om bij Cap Ferrat een eigen paradijsje te laten bouwen, een rozekleurige villa op een landengte.

De villa werd gevuld met antieke meubels, schilderijen van oude meesters, kunstobjecten van diverse slag en een heel uitgebreide collectie zeldzaam porselein.  Bij momenten heb je meer het gevoel om in een veilinghuis, antiekwinkel of porseleinfabriek rond te lopen (het is soms een beetje pronkerig) maar toch heeft de villa ook echt wel moois te bieden.

Zonder meer zijn ook hier de uitzichten schitterend. Doordat de villa op een landengte gebouwd werd, heel veel zich op water wat het gevoel van ruimte en vrijheid wel versterkt. Ook de tuin is meer dan de moeite waard om te bezoeken. Het deel dat je best ziet vanuit de villa is vrij klassiek ingericht, inclusief vijver en dansende fonteinen (en muziek) maar verder werden er diverse thematuinen aangelegd (rozentuin, exotische tuin, …), elk met hun eigen mooiste moment van het jaar.

Na haar dood in 1934 schonk de barones haar eigendom aan de Académie des Beaux Arts (deel van het Institut de France) en werd het domein toegankelijk gemaakt voor het publiek. Je kan er ook in een heel chic theesalon iets eten of drinken (in de Griekse villa kon je een blikje frisdrank uit een automaat halen 🙂 ) maar dat hebben we toch maar niet gedaan.

Meer info over toegangsprijzen, openingsuren e.a. lees je op :
www.villakerylos.fr en www.villa-ephrussi.com

Wij kochten vooraf (in Nice) een French Riviera Pass en bezochten deze twee locaties zo met extra korting. Zeker de moeite om vooraf eens te bekijken wanneer je verschillende zaken wil bezoeken in de omgeving.

 

Nice

Uiteraard brachten we ook een bezoek aan Nice, de hoofdstad van de côte d’Azur. Na onze parkeerervaringen in Monaco besloten we het er deze keer toch maar op te wagen en een parkeergarage binnen te rijden. We hadden geluk: er was ruimte om te draaien en we vonden snel een goede plek om te parkeren.
We hadden al een stadsplan bij de hand (lang leve het internet en een goede reisvoorbereiding 🙂 ) en wisten dus vlot welke richting we uit moesten. We wandelden meteen richting water, spotten uiteraard ook hier mooie boten in de jachthaven, liepen even langs een brocanterie, maakten een obligate fotostop bij het hashtagmonument I love Nice en wandelden vervolgens een heel eind op de dijk en de beroemde Promenade des Anglais. De Promenade loopt vanaf het oude centrum tot aan de luchthaven ten westen van de stad.

Op het smalle strand zagen we veel luchtbedjes, louter een handdoek valt ongetwijfeld wat hard uit op die keien (wat hebben wij toch een geluk in België met ons ruim zandstrand). Het water is ook meteen vrij diep, even pootjebaden met de peuters is hier vaak niet aan de orde lijkt me.

Ook hier voeren de blauwtonen de bovenhand: de lucht, soms wat wittig, dan weer staalblauw; de zee, in diverse tinten van blauw en groen, moeilijk op foto te vatten; de stoeltjes, de parasols, … Zoiets geeft me een extra vrolijk en zomers vakantiegevoel en in mijn hoofd borrelt het liedje van Toon Hermans over de Middellandse zee 🙂

Na een aangename wandeling langs de kustlijn trekken we vervolgens de stad zelf in: ook hier veel mooie gebouwen, vaak in vrolijke kleuren. Nice is een mooie, statige stad, die sfeer en gezelligheid uitstraalt en ook wel stijl en klasse.
Place Massena is het bekendste plein van Nice. Dit uitgestrekte plein ligt tussen de oude en de nieuwe stad, op een kruising van verschillende grote boulevards, zoals de Avenue Jean Médecin en is omringd door tal van leuke winkels en restaurants. De oude gebouwen rondom het plein zijn allemaal rood geschilderd.

Een fontein in een hoek van het plein beeldt verschillende verhalen uit van de Griekse mythologie. In het midden staat een 7 meter hoog beeld van Apollo.
Bijzonder leuk is het grote rechthoekige plein met fonteinen. Denk stijl Plopsaland De Panne (opborrelend uit de grond en je kan er gewoon tussen lopen) maar daar dus gewoon publieke ruimte en nog een stukje groter trouwens. Een heerlijke plek om te vertoeven op een warme zomerse dag 🙂

Ondanks de drukte, het is immers hoogzomer en er zijn dus uiteraard veel badgasten en toeristen, hier geen mierennest-gevoel. Ik had geen klik met Monaco maar deze stad kan ik echt wel appreciëren, zelfs de high end stores hebben hier een andere uitstraling. Overal vind je leuke pleintjes en gezellige straatjes waar je terecht kan om iets lekkers te eten.

Het was warm maar we trokken toch door de steegjes en langs trappen helemaal naar de top van de stad waar de resten van een oude citadel te vinden zijn maar waar je vooral een schitterend zicht hebt op de stad en de omgeving. Voorwaar een mooie afsluiter van een fijne dag in deze stad.

 

 

Monaco

Nu we aan de Côte d’ Azur logeerden, wilden we ook wel een bezoekje brengen aan Monaco. Die plek spreekt toch enigszins tot de verbeelding en we wilden Monaco wel eens met eigen ogen zien.

Monaco binnenrijden lukte niet zonder even in de file te staan (waar we al meerdere sportwagens zagen opduiken), de stad zelf bleek – o.a. door de vele werven – een heus mierennest te zijn waarbij onze GPS soms ook even het noorden leek te verliezen. Tel daar ook nog een klein verkeersongeval bij en het stressgehalte bij ondergetekende begon danig te stijgen. Omdat wij met onze wagen niet zomaar elke parkeergarage in kunnen wegens nogal lang en grote draaicirkel, dachten we langs de openbare weg aan de rand van de stad te parkeren. Die rand werd uiteindelijk enkele kilometer verder, terug op Frans grondgebied. Onder een stralende zon dan maar te voet terug richting Monaco met enkele mooie zichten op de baai, dat wel (alleen wat lastig dat Maya haar hoogtevrees begon op te spelen en we haar soms letterlijk bijna een duwtje in de rug moesten geven om verder te stappen en zeggen dat ze naar het wegdek moest kijken in plaats van naar de mooie omgeving).

In Monaco-centrum kreeg ik terug het gevoel in een mierennest terechtgekomen te zijn. Veel drukte, veel lawaai (auto’s, bouwwerven, scooters), eigenlijk echt niet gezellig. Het werd wel gauw duidelijk waarom er hier zoveel scooters rondreden: vrij steile en smalle wegen, amper plaats dus om te rijden, laat staan om een wagen te parkeren. Mooie oudere gebouwen worden er verdrongen door meer moderne flatgebouwen die op hun beurt alweer bijna weggeduwd worden door nog nieuwere en hogere woontorens, ik denk niet dat ze daar veel moeite moeten doen om bij elkaar binnen te kijken. In de haven wisselen de grote jachten elkaar af met nog grotere jachten, het ene met nog meer personeel dan het andere.

We gingen uiteraard ook eens het casino van dichterbij bekijken, zo vaak komen we niet op locaties van James Bond films 😉 Ook hier een hoog mierennestgehalte: luxewagens rijden af en aan, het lijkt wel alsof ze er speciaal rondjes voor draaien en misschien is dat ook wel zo want toeristen genoeg die met fototoestel of smartphone in de aanslag staan om de mooiste wagens op beeld vast te leggen of een selfie te maken bij de replica van de Bat-mobiel. Het doet me allemaal wat onwezenlijk aan en zelfs een beetje stijlloos. Ik voel het niet, de grandeur of de chique van Monaco, zelfs niet wanneer we door een park langs een reeks dure modewinkels lopen, elk met een portier aan de deur maar weinig klanten in de winkel.

Kortom, van onze uitstap naar Monaco zullen mij eigenlijk vooral de mooie zichten bijblijven en niet meteen de stad.